Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.6.1:5.5.6.1 Inleiding
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.6.1
5.5.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS301985:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 20 juni 1991, zaak C-60/90 (Polysar), V-N 1991, blz. 2140.
Besluit staatssecretaris van Financiën 18 februari 1991, nr. VB91/347, V-N 1991, blz. 715.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Allerlei handelingen met betrekking tot effecten (aandelen en obligaties) konden in de Nederlandse btw-praktijk altijd op bijzondere aandacht rekenen. Met name de btw-status van holdings was in ‘holdingland Nederland’ niet onomstreden. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat het eerste belangrijke arrest van het Hof van Justitie EU dat handelt over de btw-heffing van holdings werd gewezen naar aanleiding van door het Hof Arnhem gestelde vragen. Nog voordat dit Polysar-arrest1 het licht zag had de staatssecretaris van financiën de zogenoemde holdingresolutie2 gepubliceerd die de problematiek behandelt rond de btw-positie en dan in het bijzonder het ondernemerschap (en daarmee het aftrekrecht) van houdstermaatschappijen. In dit Besluit neemt de staatssecretaris een aantal standpunten in, die later wonderwel blijken te passen binnen de in latere arresten van het Hof van Justitie EU geschetste kaders.
Het valt buiten het bestek van dit onderzoek om in te gaan op de btw-positie van holdingvennootschappen, maar een belangrijk probleem dat de btw-positie van holdingvennootschappen raakt betreft de aftrek van voorbelasting die betrekking heeft op kosten die gemaakt worden voor het houden, verwerven en vervreemden van aandelen. In onderdeel 4.4.2 heb ik het BLP-arrest besproken en in onderdeel 4.4.7 het Cibo-arrest. Het BLP-arrest dat dateert uit 1995 handelt over de aftrek van voorbelasting die betrekking heeft op de vervreemding van een deelneming; het Cibo-arrest uit 2001 handelt over de aftrek van voorbelasting die betrekking heeft op de aankoop van een deelneming.
Uit deze arresten werd, heel kort gezegd, de conclusie getrokken dat een ondernemer die een deelneming verkoopt een vrijgestelde prestatie verricht. De daaraan toerekenbare voorbelasting is niet aftrekbaar. De ondernemer die een deelneming koopt verricht geen prestatie; de aan deze handeling toerekenbare kosten zijn algemene kosten; de daarop drukkende voorbelasting is aftrekbaar op basis van de voor de ondernemer geldende pro rata. Met name de conclusie met betrekking tot de vervreemding van een deelneming is in Nederland op losse schroeven komen te staan door een tweetal arresten van de Hoge Raad.