Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/3.2.3
3.2.3 Productaansprakelijkheidsrecht
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931162:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 85/374/EEG, art. 1.
Fairgrieve & Goldberg 2020, p. 245-246.
Zie in dezelfde zin het Commissievoorstel voor een nieuwe richtlijn inzake aansprakelijkheid voor producten met gebreken uit eind 2022 (COM(2022) 495 final), art. 2 lid 3, aanhef en sub b: “Deze richtlijn doet geen afbreuk aan (…): b) nationale voorschriften betreffende het recht van regres tussen twee of meer marktdeelnemers die hoofdelijk aansprakelijk zijn overeenkomstig artikel 11 of wanneer de schade zowel door een product met gebreken als door een handelen of nalaten van een derde als bedoeld in artikel 12 wordt veroorzaakt”.
Richtlijn 85/374/EEG, considerans.
Verordening (EU) 2017/745. Deze verordening dient ter intrekking of aanpassing van meerdere eerdere richtlijnen en verordeningen, te weten Richtlijn 90/385/EEG; Richtlijn 93/42/EEG; Richtlijn 2001/83/EG; Verordening (EG) nr. 178/2002; en Verordening (EG) nr. 1223/2009.
Verordening (EU) 2017/745, considerans, nr. 35.
Verordening (EU) 2017/745, considerans, nr. 35.
Verordening (EU) 2017/745, considerans, nr. 2, 75, 86 en 101.
Zie par. 3.2.2.
Vgl. Whittaker 2005b, p. 530-564, die spreekt van verschillende “patterns of liability”.
44. Hoofdelijke aansprakelijkheid in Richtlijn 85/374/EEG (productaansprakelijkheid). Richtlijn 85/374/EEG1 is een van de oudste Europese consumentenbeschermende richtlijnen. Zij voorziet in aansprakelijkheid van ‘producenten’ voor bepaalde gevolgen van in het verkeer gebrachte gebrekkige producten.2 Daarbij zal het zich geregeld voordoen dat de schade het gevolg is van een product dat gebrekkig is doordat ergens in de productieketen een gebrekkig onderdeel is toegevoegd.3 Zowel de producent van dat gebrekkige onderdeel als de producent van het gebrekkige eindproduct is dan aansprakelijk. De richtlijn bepaalt met zoveel woorden dat het nationale recht in dergelijke gevallen dient te voorzien in hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 5):4
“Indien uit hoofde van deze richtlijn verscheidene personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, is elk hunner hoofdelijk aansprakelijk, onverminderd de bepalingen van het nationale recht inzake regres.”
Uit de considerans van de richtlijn blijkt dat het doel van deze hoofdelijke aansprakelijkheid is de bescherming van de consument, omdat “wanneer verscheidene personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, de bescherming van de consument vereist dat de gelaedeerde zich op ongeacht wie van hen voor de volle omvang van de schade kan verhalen” en dat “de bescherming van de consument vereist dat de aansprakelijkheid van de producent niet wordt aangetast door toedoen van anderen die ertoe hebben bijgedragen dat de schade werd veroorzaakt”.5
45. Hoofdelijke aansprakelijkheid in Verordening (EU) 2017/745 (medische hulpmiddelen). Een vergelijkbare hoofdelijkheidsregel komt voor in Verordening (EU) 2017/745, dat betrekking heeft op de veiligheid van medische hulpmiddelen.6 De verordening bepaalt dat niet in een EU-lidstaat gevestigde producenten binnen de EU alleen medische hulpmiddelen in de handel mogen brengen indien zij daartoe een ‘gemachtigde’ in de EU hebben aangewezen (art. 11 lid 1), zodat ook binnen de EU een aanspreekpunt bestaat.7 Indien de producent niet voldoet aan zijn verplichtingen onder de verordening, en aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door een gebrekkig product, is de gemachtigde samen met hem aansprakelijk, en wel hoofdelijk (art. 11 lid 5). De gedachte daarachter lijkt te zijn dat de consument zo telkens een ‘loket’ heeft binnen de EU, waarbij de aansprakelijkheid van de gemachtigde de producent niet ontslaat van zijn aansprakelijkheid.8 Uit de considerans van de richtlijn blijkt mijns inziens voldoende duidelijk dat de verordening met het aanwijzen van een gemachtigde de bescherming van de consument voor ogen heeft gehad.9
46. Verhouding tot nationaal recht. Wat opvalt, is dat Richtlijn 1985/374/EEG en Verordening (EU) 2017/745 regreskwesties (impliciet of expliciet) overlaten aan het nationale recht. Het Unierecht voorziet hier dus slechts in rechtsgevolgen in de externe verhoudingen.
Anders dan bij de (mogelijk) hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van overgang van onderneming en ketenaansprakelijkheid,10 kan het niet op Unierechtelijk niveau regelen van de regresverhoudingen niet worden verklaard doordat het doorgaans duidelijk zal zijn wie de schade dient te dragen. Neem een product of medisch hulpmiddel dat gebrekkig is doordat in verschillende fasen van de productieketen (en door verschillende producenten) een gebrekkig onderdeel in het verkeer is gebracht, resulterend in een (ook) gebrekkig eindproduct. Wie dient dan welk deel van de schade te dragen? Het heeft er mijns inziens alle schijn van dat afspraken over regres destijds politiek simpelweg niet haalbaar waren.11
Aangezien de regresverhoudingen worden beheerst door het toepasselijke nationale recht dat door de richtlijn niet is geharmoniseerd, kunnen de regresverhoudingen naar verschillende rechtsstelsels verschillend uitpakken. Voor het op de regresverhoudingen toepasselijke recht wordt aangeknoopt bij het recht dat van toepassing is op de externe aansprakelijkheid van de debiteur die verhaal wenst te nemen op zijn (beweerdelijk) medeschuldenaar.12 In geval van hoofdelijke productaansprakelijkheid hoeven dat niet dezelfde rechtsstelsels te zijn. Indien de maatstaf voor het kunnen nemen van regres per toepasselijk rechtsstelsel verschilt, kan dit ertoe leiden dat de ene aansprakelijke partij indien zij met succes wordt aangesproken door de schuldeiser een groter deel van de schade moet dragen dan het geval zou zijn indien de andere aansprakelijke partij de schuldeiser zou hebben voldaan. Het niet op Unierechtelijk niveau regelen van de regresverhoudingen kan daarmee leiden tot ‘asymmetrische’ regresverhoudingen.13
Indien een Nederlandse consument (A) in Nederland schade lijdt als gevolg van een gebrekkig product dat alleen in Frankrijk door een Franse producent (B) op de markt is gebracht, is op de schadevergoedingsaanspraak jegens die producent in beginsel Frans recht van toepassing.14 Indien voor het gebrekkige product ook een Nederlandse producent (C) aansprakelijk is, is op de schadevergoedingsaanspraak jegens de Nederlandse producent echter in beginsel Nederlands recht van toepassing, omdat beide partijen eenzelfde gewone verblijfplaats hebben.15 Indien B de schade van A geheel of gedeeltelijk vergoedt, is het dus een kwestie van Frans recht of B regres kan nemen op C. Omgekeerd is het een kwestie van Nederlands recht of C, indien hij A’s schade vergoedt, regres kan nemen op B. Verschilt de maatstaf voor het kunnen nemen van verhaal, dan kan de volgorde waarin beide schuldenaren worden aangesproken van invloed zijn op de wijze waarop de schuld tussen hen wordt verdeeld.