Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/7.2
7.2 Geschiedenis
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS374596:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2011-2012, 32 887, nr. 6 (NnavV) p. 18.
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 13-15.
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 15.
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 16, waar de wetgever dit twee keer zegt.
De SER is van mening dat binnen concernverband alleen de moedervennootschap de bevoegdheid dient te hebben om een enquête bij haarzelf of bij haar dochter(s) te verzoeken, zie SER-advies 2008/01, p. 58, voetnoot 18. De SER ziet in concernverhoudingen dus geen ruimte voor een eigen enquêtebevoegdheid van het bestuur van de dochter(s).
Kamerstukken II 2011-2012, 32 887, nr. 6 (NnavV), p. 11.
Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de enquêtebevoegdheid van de vennootschap in de wet is opgenomen op basis van het equality of arms principe. Nu aandeelhouders hun kritiek op het beleid van het bestuur of de raad van commissarissen kunnen voorleggen aan de OK, dienen het bestuur en de raad van commissarissen ook de mogelijkheid te hebben om het gedrag van aandeelhouders te laten toetsen door de OK. Op deze wijze kan de vennootschap een tegenwicht bieden aan activistische aandeelhouders. Hoewel de minister voornamelijk spreekt over verschillen van inzicht met de aandeelhouders, is de enquêtebevoegdheid van de vennootschap niet beperkt tot de geschillen met aandeelhouders. De minister noemt de situatie dat behoefte kan zijn aan een oordeel van de OK over het gedrag van een vorig bestuur of een ander orgaan van de rechtspersoon. Daarnaast moet het ook voor de toezichthouders van de vennootschap mogelijk zijn om een enquête te starten in het belang van de vennootschap, onafhankelijk van de vraag of het bestuur daarmee instemt.1
De minister meent voorts dat een enquête uitkomst kan bieden in gevallen waarin problemen bestaan binnen de aandeelhoudersvergadering. Zo kan er volgens hem behoefte zijn aan een enquête in geval van een patstelling waardoor wezenlijke besluiten niet meer tot stand komen of bij misbruik van een (grote) meerderheidspositie van een aandeelhouder.2 Als derde voorbeeld noemt de minister een patstelling tussen het bestuur en de aandeelhoudersvergadering die beide een ander beleid voor ogen staan, terwijl er besluitvorming op korte termijn nodig is voor de continuïteit van de vennootschap.3 Het gedrag van het zittende bestuur noemt hij niet. Ik meen dat een of meer bestuurders evengoed een enquêteverzoek namens de vennootschap kunnen indienen dat zich (onder meer) richt op het gedrag van zijn medebestuurders.
De uitoefening van de enquêtebevoegdheid door de vennootschap wordt beperkt door de taak van het bestuur en de raad van commissarissen om te handelen in het belang van de vennootschap. De minister benadrukt een aantal keer dat wanneer het bestuur een enquête verzoekt dit in overeenstemming moet zijn met het belang van de vennootschap.4 Dit geldt zijns inziens ook voor de dochtervennootschap. Het eigen vennootschappelijk belang van de dochtervennootschap staat voorop, ook als een vennootschap onderdeel uitmaakt van een concern. Het bestuur van de dochtervennootschap heeft zijn eigen verantwoordelijkheid voor het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap. De minister meent daarom dat de dochtervennootschap zich moet kunnen verdedigen tegen ongewenst beleid van haar moedervennootschap. Anders dan de SER, ziet hij geen aanleiding om de enquêtebevoegdheid te onthouden aan het bestuur van een dochtervennootschap en enkel toe te kennen aan de moedervennootschap.5
Hoewel de enquêtebevoegdheid van de vennootschap aldus gebonden is aan de taak van het bestuur of de raad van commissarissen om te handelen in het belang van de vennootschap, sluit dit misbruik van de bevoegdheid niet uit. De minister noemt als voorbeeld dat het bestuur een enquête verzoekt ten aanzien van een of meer individuele aandeelhouder(s) en dat verzoek primair doet om hen in een kwaad daglicht te zetten.6