Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/3.4:3.4 …en de met de norm beoogde bescherming in het toerekeningsvereiste
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/3.4
3.4 …en de met de norm beoogde bescherming in het toerekeningsvereiste
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS589788:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 2.9.
Zie § 7.2.3, 8.3, 9.3, 10.3, 11.3 en hoofdstuk 15.
HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278 (X/NAM), rov. 2.4.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
164. In het voorgaande besprak ik de toepassing van het relativiteitsvereiste. Ik liet zien dat daarbij in allerlei gevallen niet de met de geschonden norm beoogde bescherming beslissend is en uiteindelijk steeds doorslaggevend is of, gelet op de omstandigheden van het geval, een redelijke begrenzing van aansprakelijkheid wordt verkregen. In deze paragraaf verleg ik de aandacht naar het vereiste van toerekenbaarheid van de schade. Art. 6:98 BW bepaalt dat voor vergoeding slechts in aanmerking komt schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend. Naar heersende opvattingen hangt het antwoord op de vraag of door een aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis veroorzaakte schade kan worden toegerekend af van de omstandigheden van het geval.1 Het is een gemeenplaats om te zeggen dat beslissend is of een redelijke begrenzing van aansprakelijkheid wordt verkregen: sinds Kösters inaugurele rede wordt in de literatuur algemeen gesproken van ‘toerekening naar redelijkheid’.
165. Er is een lange lijn van rechtspraak van de Hoge Raad waarin hij oordeelde dat juist omdat de geschonden norm beoogde te beschermen tegen de schade zoals geleden, deze schade ook dient te worden toegerekend. De Hoge Raad heeft een dergelijke gedachtegang al enkele malen gevolgd toen de leer van de adequate veroorzaking nog heersend werd geacht, en haar nog vaker gebruikt onder de leer van de redelijke toerekening.
In nr. 345 bespreek ik deze jurisprudentie. De Hoge Raad hanteerde deze gedachtegang toen de adequatieleer nog heersend was in Edel en Van der Groep/De Oude Zwolsche2 en in De Brouwer/Van den Besselaar.3 Sinds de aanvaarding door hem van de leer van de redelijke toerekening hanteerde hij deze gedachtegang in Dicky Trading I,4Nuts/Hofman,5Wrongful birth,6Misbruik door broer,7Sint Willibrord/V.,8Baby Kelly9 en De Treek/Dexia.10
Mijns inziens is dit ook een begrijpelijk verband tussen de met de geschonden norm beoogde bescherming en de toerekening van schade: indien zich laat vaststellen dat met de geschonden norm beoogd is te beschermen tegen de schade zoals door de schending van die norm is geleden, zou niet goed te begrijpen om die schade niet toe te rekenen en daarvoor geen aansprakelijkheid te laten bestaan.
In hoofdstuk 7 werk ik dit nader uit en zal ik betogen dat de met de geschonden norm beoogde bescherming in het kader van de schadetoerekening veelal doorslaggevend is: in het gros van alle gevallen laat zich vaststellen dat met de geschonden norm beoogd is te beschermen tegen de veroorzaakte schade, en dan dient deze schade te worden toegerekend. Daarnaast geldt dat de omstandigheid dat de veroorzaakte schadesituatie, zowel qua persoon van de gelaedeerde, het soort schade en de wijze waarop de schade is ontstaan, in hoge mate overeenkomt met de schadesituaties waartegen met de geschonden norm beoogd is te beschermen soms ertoe kan nopen om de schade toe te rekenen.11
166. Inmiddels heeft verder de Hoge Raad uitdrukkelijk geoordeeld dat de strekking van de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid een relevante factor is bij de schadetoerekening.12 Naar ik meen ligt voor de hand dat hetzelfde geldt in het geval de aansprakelijkheid op een toerekenbare normschending is gebaseerd en dan dus de strekking van de geschonden norm bij de schadetoerekening een relevante factor is.
167. Op grond van het voorgaande concludeer ik dat bij de schadetoerekening de met de geschonden norm beoogde bescherming een wezenlijke rol speelt bij de beoordeling of, gelet op de omstandigheden van het geval, een redelijke begrenzing van aansprakelijkheid wordt verkregen.