Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/8.1
8.1 Inleiding
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708275:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover vanuit het perspectief van de beëindiging en wijziging van overeenkomsten Schelhaas & Swinnen 2021.
Mennens 2020, par. 4.2, in het bijzonder nr. 113 en 115.
Vgl. Bartstra, Jonkers & De Weijs, FD 15 januari 2020.
Richtlijn 2019/1023 van het Europees parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1132 (Richtlijn betreffende herstructurering en insolventie), Pb EU 2019, L 172/18.
Stb. 2022, 492.
De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) maakt het mogelijk buiten faillissement een dwangakkoord te sluiten. De WHOA heeft grote gevolgen voor schuldeisers. Niet alleen schuldeisers die met het akkoord instemmen zijn daaraan gebonden, maar na homologatie van het akkoord zijn ook tegenstemmende schuldeisers en schuldeisers die geen stem hebben uitgebracht gebonden aan het akkoord. Met de WHOA-procedure wordt dus diep ingebroken op de contractsvrijheid.1 Een dergelijke ingrijpende procedure dient voldoende waarborgen te bevatten voor schuldeisers, om te voorkomen dat zij tegen hun wil gebonden worden aan een onredelijk akkoord.2 Dergelijke waarborgen zijn in het bijzonder van belang voor schuldeisers die gelet op hun (relatief) geringe vordering, hun afstand tot het bestuur en/of hun beperkte ervaring, weinig buitenwettelijke invloed hebben op de inhoud van het akkoord dat wordt aangeboden.3
In dit hoofdstuk wordt de zeggenschap van schuldeisers in de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) beschreven en geëvalueerd. De vraag die in dit hoofdstuk centraal staat is, welke zeggenschap schuldeisers hebben bij de totstandkoming van een WHOA-akkoord en of de positie van schuldeisers op dit punt verbetering behoeft. Het hoofdstuk beperkt zich tot formele zeggenschap van schuldeisers. Het is te verwachten dat het aan te bieden akkoord is afgestemd met de grootste en/of meest invloedrijke schuldeisers. Hoe een dergelijke afstemming in de praktijk plaatsvindt, zal van geval tot geval verschillen. De kans is aanwezig dat schuldeisers met veel informele invloed proberen het akkoord naar hun hand te zetten, desnoods ten koste van schuldeisers met minder informele invloed. Dit onderstreept het belang om schuldeisers voldoende wettelijke middelen te bieden om ervoor te zorgen dat een akkoord in een zorgvuldige procedure tot stand komt.
Medio 2019 is de herstructureringsrichtlijn4 in werking getreden. Deze richtlijn, die onder meer de contouren van een dwangakkoord buiten faillissement bevat, moest grotendeels uiterlijk 17 juli 2022 zijn geïmplementeerd.5 Hoewel de WHOA in eerste instantie niet beoogde de herstructureringsrichtlijn te implementeren6 en de minister de richtlijn wilde implementeren in de surseanceregeling,7 is in april 2021 een voorontwerp gepubliceerd waarin de richtlijn wordt geïmplementeerd in de WHOA.8 Op 1 januari 2023 is de Implementatiewet richtlijn herstructurering en insolventie in werking getreden.9 Om die reden wordt bij de beschrijving van mogelijk aanvullende rechten voor schuldeisers mede onderzocht hoe deze aanvullende rechten zich verhouden tot de herstructureringsrichtlijn.
De opzet van dit hoofdstuk is als volgt. In paragraaf 8.2 wordt de akkoordprocedure in vogelvlucht beschreven en worden de rechten van schuldeisers kort aangestipt. In deze paragraaf wordt mede ingegaan op de informatieverschaffing op grond van artikel 375 Fw. In paragraaf 8.3, 8.4 en 8.5 worden verschillende onderdelen van de akkoordprocedure en de rechten van schuldeisers daarbij uitgediept. 8.3 gaat over het treffen van voorzieningen, in 8.4 wordt het artikel 378-verzoek behandeld en 8.5 ziet op de homologatie van het akkoord. In paragraaf 8.6 wordt ingegaan op de schuldeiserscommissie. Aan de hand van de regeling van het Nederlandse faillissement, de Nederlandse surseance van betaling en de Amerikaanse Chapter 11-procedure, die als inspiratie heeft gediend voor de minister bij het opstellen van de WHOA,10 wordt gekeken welke rol een schuldeiserscommissie kan spelen bij de aanbieding van een WHOA-akkoord. Paragraaf 8.7 sluit af met een conclusie.