Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/15.3.2.1
15.3.2.1 Publicatieverplichtingen en externe effecten
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS576679:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hierover Holzhauer/Teijl (1995), p.16.
Holzhauer/Teijl (1995), p.16-17, noemen in dit verband het klassieke voorbeeld van milieuvervuiling. De mogelijkheid bestaat overigens dat het bereiken van een sub-optimaal eindresultaat wordt voorkomen omdat, zoals ook Holzhauer/Teijl het noemen, partijen externe effecten internaliseren (dat wil zeggen: externe effecten in hun besluitvorming laten meewegen).
In deze zin: Coffee (1999), p. 703-704; (2002b), p. 83 alsmede (2002c), p. 1732. Zie ook Hertig/Kraakman/Rock (2004), p. 205-206 en Schdn (2006), p. 26.
Ik verwijs naar de in § 2 van hoofdstuk 10 genoemde rechtvaardigingsgronden.
Zie Easterbroolc/Fischel (1991), p. 290. Zij omschrijven dit, overigens in het kader van vrijwillige publicatie van informatie door beursvennootschappen, als volgt: '[t]he net return on a security is its gross return (dividends plus any liquidating distribution) less the costs of information and transactions in holding the security. A firm can increase this net return as easily by reducing the cost of holding the stock as by increasing its business profits.'
Opgemerkt dient echter wel te worden dat, zoals Easterbroolc/Fischel (1991), op p. 304, opmerken, '[t]he difficulty here is that no one knows the optietal amount of standardization.' Om dezelfde reden is ook Ferran (2004a) niet onvoorwaardelijk positief over de uit de Prospectusrichtlijn voortvloeiende standaardisering van de informatie in prospectussen. Enerzijds stelt zij (p. 143) dat '[s]tandardisation of prospectus information through maximum harmonisation certainly could be beneficie'. De keerzijde ervan is echter dat het 'comes at the expense of the potentially beneficial contribution of Member States' initiatives to the development of prospectus disclosure requirements.'
Hetgeen zowel geldt indien deze informatie, op zichzelf bezien, positief zou zijn voor de beursvennootschap, als negatief.
Waarmee gedoeld wordt op lagere 'cost of capita)'.
Vgl. in deze zin: Schfin (2006), p. 19, met een verwijzing naar o.m. Easterbroolc/Fischel (1984), p. 685-687.
In deze zin Schfin (2006), p. 19.
Onder het begrip "externe effecten" wordt doorgaans verstaan de omstandigheid dat individuen in hun handelen rekening zullen houden met hun individuele baten en kosten, maar dat de gevolgen van het handelen van individuen ook kosten en baten kunnen meebrengen voor derden.1 Dergelijke effecten kunnen, zoals volgt uit deze omschrijving, zowel positief als negatief zijn. Het gevolg van de aanwezigheid van externe effecten is dat het marktproces zelf niet tot optimale uitkomsten zal (kunnen) leiden. Door individuen wordt immers geen rekening gehouden met de maatschappelijke kosten en baten.2
Toegespitst op de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen, kan een aantal uiteenlopende externe effecten onderscheiden, zowel positieve als negatieve. Een gevolg van het opleggen van publicatieverplichtingen dat als positief extern effect kan worden aangeduid, is dat hierdoor standaardisatie van informatie plaatsvindt.3 Als gevolg hiervan nemen de (onderlinge) vergelijkbaarheid van de financiële verslaggeving en prestaties van beursvennootschappen toe.4 Omdat hierdoor de kosten van het verificatieproces van effecten van beursvennootschappen voor investeerders afnemen, neemt het netto rendement voor investeerders toe. Investeerders zullen hierdoor bereid zijn meer te betalen voor de effecten van dergelijke beursvennootschappen.5 De uit de publicatieverplichtingen voortvloeiende standaardisatie van informatie heeft hierdoor, uiteindelijk, een positief effect op de "cost of capital" van beursvennootschappen.6
Belangrijker dan dit positieve externe effect van het opleggen van publicatieverplichtingen, is echter het (negatieve) externe effect dat zich voordoet indien verplichtingen tot het publiceren van informatie voor beursvennootschappen niet bestaan. Wanneer beursvennootschappen (slechts) op vrijwillige basis informatie verstrekken zullen zij namelijk afzien van het publiceren van informatie die concurrentiegevoelig is. Publicatie van dergelijke informatie informatie die relevant is voor zogenoemde "interfirm competition" — zal met name achterwege blijven7 wanneer publicatie van deze informatie tot gevolg heeft dat de nadelen voor de concurrentiepositie van de beursvennootschap op de "productmarkt" groter zijn dan de voordelen8 die de beursvennootschap met publicatie van deze informatie zou (kunnen) behalen op de kapitaalmarkt.9Aannemelijk is verder dat dergelijke "competitive costs" voor de beursvennootschappen de belangrijkste (kosten)factor vormen die hen ervan weerhoudt om op vrijwillige basis economische gegevens te publiceren.10