Beginsel en begrip van verdeling
Einde inhoudsopgave
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/9.2:9.2 Goederentrein van verdeling
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/9.2
9.2 Goederentrein van verdeling
Documentgegevens:
mr. T.H. Sikkema, datum 01-06-2018
- Datum
01-06-2018
- Auteur
mr. T.H. Sikkema
- JCDI
JCDI:ADS343152:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De niet tot de gemeenschap behorende contanten dienen zo nodig ter gelijkmaking wegens een niet-evenredige (feitelijke) verdeling en hebben in dat kader betekenis voor de vaststelling of sprake is van (juridische) verdeling in de zin van art. 3:182 BW. Zie par. 6.8.
Zie par. 6.13 voor casusposities.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gelet op de in deze studie geanalyseerde kenmerken van verdeling kan – in één beeld samengevat en op hoofdlijnen weergegeven – het traject van verdeling worden voorgesteld als een traject van een goederentrein waarop alle deelgenoten in hun hoedanigheid van deelgenoten meereizen. De trein is samengesteld uit wagons met goederen van de gemeenschap en met niet tot de gemeenschap behorende contanten.1 De trein vertrekt overeenkomstig de maatstaf voor verdeling vanuit Onverdeeldheid met als eindbestemming Verdeeldheid. De reis van Onverdeeldheid naar Verdeeldheid wordt gereden via het spoor van verdeling. Dit spoor wordt gevormd door enerzijds de spoorstaaf van de reikwijdte van het begrip ‘verkrijgen’ (in gehele goederen) en anderzijds de spoorstaaf van de mate waarin de uittredende deelgenoten over hun gerechtigdheid tot het gemeenschapsgoed kunnen beschikken (in aandelen). Op het door de trein gereden traject van verdeling bestaat voor deelgenoten de mogelijkheid om tussentijds uit te stappen.2 Uiterlijk op de eindbestemming aangekomen zijn alle tot de gemeenschap behorende goederen door de deelgenoten tussen hen verdeeld.
De in het beeld van de goederentrein op het spoor van verdeling verwerkte eisen voor de rechtsgeldige totstandkoming van verdeling zullen nu in het kader van de reflectie op de beide volzinnen van art. 3:182 BW tegen de in dat artikel gebruikte formulering worden afgezet.