De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/4.4.2:4.4.2 Informatie en overleg
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/4.4.2
4.4.2 Informatie en overleg
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS388509:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De moedervennootschap is in dit kader de ondernemer die ten minste de helft van het aantal aandelen in de ondernemer houdt. De verschijningsplicht van het bestuur van de moedervennootschap komt in de plaats van die van de commissarissen.
In art. 25 lid 4 WOR wordt namelijk alleen naar art. 24 lid 2 WOR en niet naar art. 24 lid 3 WOR verwezen. Zie ook: H.J.M.N. Honée,Concernrecht en medezeggenschapsregelingen, Deventer: Kluwer 1981, p. 134, S.M. Bartman, A.F.M. Dorresteijn,Van het concern, Deventer: Kluwer 2013, p. 179.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De WOR houdt in verschillende bepalingen rekening met de omstandigheid dat een onderneming onderdeel is van een concern. Zo moet de ondernemer op grond van art. 31 lid 1 sub d WOR de or aan het begin van iedere zittingsperiode informeren over de groep waarin hij verbonden is. Eventueel zou de or ook op grond van art. 31 WOR informatie kunnen vragen over (het beleid van) de moedervennootschap. Mijns inziens zal het bestuur van de dochtervennootschap zich niet snel kunnen verschuilen achter de omstandigheid dat het informatie over een andere onderneming betreft. Hierbij kan een vergelijking worden gemaakt met de informatie over de overnemer of fusiepartner die ik in het vorige hoofdstuk heb besproken (paragraaf 3.3.1)
Op grond van art. 24 lid 3 WOR dienen de bestuurders van de moedervennootschap aanwezig te zijn bij het halfjaarlijkse overleg tussen or en het bestuur van de dochtermaatschappij waaraan de or is verbonden.1 Deze verschijningsverplichting vervalt echter indien binnen het concern meer dan vijf ondernemingsraden zijn ingesteld. Ook bij overlegvergaderingen in verband met advies- of instemmingsplichtige besluiten dient de concernleiding aanwezig te zijn. De uitzondering van art. 24 lid 3 WOR geldt in dat geval niet.2 Door de verschijningsverplichting van art. 24 WOR wordt de or in de gelegenheid gesteld rechtstreeks in overleg te treden met de moedervennootschap en haar vragen te stellen. Er is echter niet bepaald dat (het bestuur van) de moedervennootschap de door de or gevraagde informatie zelf moet verstrekken. De informatieverstrekking zal altijd via de dochtervennootschap gaan.