Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/7.3.3.2
7.3.3.2 ‘Real evidence’ betreft fysieke bewijsmiddelen
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495897:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit begrip lijkt te zijn ontleend aan de Amerikaanse rechtspraak (zie § 49). Zie nadien onder meer EHRM 30 juni 2008 (Gäfgen t. Duitsland), NJ 2009, 20 (m.nt. Buruma), § 167.
Vgl. Schalken, noot onder het arrest in NJ 2007, 226, die ‘real evidence’ omschrijft als het werkelijke bewijs, dat wil zeggen het bewijs zelf, het direct belastende bewijs dat via dwang door de verdachte zelf moet worden geleverd. Over het ‘real evidence’-begrip zie men nader Asbreuk 2008.
Dit onderscheid is subtiel. Vgl. bloedsporen op een kledingstuk dat de verdachte moet afgeven.
De regering van Verenigd Koninkrijk repte in de klachtprocedure voor het Hof over ‘documents pursuant to “search” warrants’ (§ 62; cursivering toegevoegd), dat wil zeggen doorzoeking. Ter vergelijking: het voldoen aan een (aan inbeslagneming gekoppeld) uitleveringsbevel vereist steeds (enige) actieve medewerking. Zie nader § 7.4.3.2.1 e.v. hierna.
Dit is de eerste keer dat het EHRM het begrip ‘real evidence’ in de context van nemo tenetur gebruikt.1 Gelet op het zo-even genoemde eerste aspect lijkt het daarmee het oog te hebben op fysiek bewijs, dat wil zeggen materiaal dat zintuiglijk en rechtstreeks waarneembaar en (voor zover hiervan te onderscheiden) direct belastend is. Vgl. documenten, wapens, (gemerkt) geld en goederen.2 Lichaamsmateriaal (zoals bloed, haren en urine) is dat niet, omdat dergelijk materiaal wordt verkregen met het oog op verder (forensisch) onderzoek, bijvoorbeeld om de aanwezigheid van alcohol of drugs vast te stellen.3 Het bestaan van lichaamsmateriaal staat los van strafbare gedragingen. De verdachte kan daar niet over ‘beschikken’. Het is er; of hij dat wil of niet.
Evenzo geldt voor het andere voorbeeld dat het Hof in § 69 van het Saunders-arrest (naast forensisch materiaal) geeft van wilsonafhankelijk materiaal, te weten ‘documents acquired pursuant to a warrant’, dat niet van belang is of de verdachte wil dat de autoriteiten dat materiaal verkrijgen, maar of hij door de afgifte ervan (actief) moet bijdragen – dus eventueel tegen zijn wil – aan die verkrijging. Ter vergelijking: wanneer de autoriteiten bij een doorzoeking (op grond van een ‘warrant’) documenten in handen krijgen, dan is van enige actieve medewerking van de verdachte geen sprake.4