Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/1.1.3.3
1.1.3.3 De zwaarden van schadevergoeding, het rechterlijk verbod en gebod en ongedaanmaking
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581164:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
In Nederland bestaan twee verschillende acties op grond van ongegronde vermogensverschuiving die bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht een rol kunnen spelen. De actie uit onverschuldigde betaling enerzijds en de actie uit ongerechtvaardigde verrijking anderzijds. Onverschuldigde betaling is verwant met ongerechtvaardigde verrijking. Beide vorderingen kunnen echter niet worden vereenzelvigd. Enerzijds is een actie uit onverschuldigde betaling mogelijk, onafhankelijk van de vraag of daardoor A ten koste van B is verrijkt. Anderzijds is een actie uit ongerechtvaardigde verrijking toewijsbaar die niet op onverschuldigde betaling is gegrond. De vorderingen uit onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking verschillen niet alleen in de vereisten waaraan moet zijn voldaan, maar ook in het doel waarop zij zijn gericht. Bij onverschuldigde betaling strekt de vordering tot ongedaanmaking van de zonder rechtsgrond verrichte prestatie. Bij ongerechtvaardigde verrijking strekt de vordering tot vergoeding van schade. Zie voor de actie uit onverschuldigde betaling en de actie uit ongerechtvaardigde verrijking mijn bespreking in § 7.13.
Het slachtoffer van een kartel of van het misbruik maken van een economische machtspositie kan het mededingingsrecht ook gebruiken als zwaard. Dit noem ik de offensieve privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. De gelaedeerde zal schadevergoeding kunnen vorderen van de laedens. Daarnaast zal de gelaedeerde kunnen vorderen dat de schending van het mededingingsrecht wordt gestaakt (rechterlijk verbod of gebod op grond van artikel 3:296 BW). Als grondslag voor de schadevergoedingsvordering kan worden gedacht aan onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) of ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). Daarnaast kan nog gedacht worden aan een vordering uit onverschuldigde betaling (artikel 6:203 BW e.v.). De actie uit onverschuldigde betaling is geen schadevergoedingsvordering, maar een vordering tot ongedaanmaking van de verrichte prestatie. Het gedeelte van de prijs boven het normale marktniveau zal onverschuldigd zijn betaald ingeval de betreffende overeenkomst (gedeeltelijk) nietig is op grond van artikel 81 lid 2 EG, artikel 6 lid 2 Mw, artikel 3:40 lid 1 BW (wegens strijd met de goede zeden en/of de openbare orde) of artikel 3:40 lid 2 BW (wegens strijd met een dwingende wetsbepaling zoals artikel 82 EG of artikel 24 Mw). Tevens zal het gedeelte van de prijs boven het normale marktniveau onverschuldigd zijn betaald ingeval de betreffende overeenkomst vernietigd is op grond van een wilsgebrek in de zin van artikel 3:44 BW (bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden) of artikel 6:228 BW (dwaling).1