Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/5.3.1.3
5.3.1.3 Regeling van de gevolgen op bestuursniveau
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS466782:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk: OK 22 januari 1981, rekestnr. 23/80 OK (Landgoed Huys Sevenaer); OK 16 juli 1987,NJ 1988, 579 (Schoonmaakbedrijf Briljant, m.nt. Maeijer).
OK 30 december 2002,JOR 2003, 18, r.o. 3.7 (Aesculaap Beheer); OK 16 februari 2006,ARO 2006, 47, r.o. 3.9 (Beheermaatschappij Trial).
OK 17 augustus 2005,ARO 2005, 168 (Schruns).
Ook in de beschikking inzake Projectontwikkeling Friesland acht de OK voor een tijdelijke overdracht van aandelen door beide aandeelhouders geen termen aanwezig: zij heeft ambtshalve kennis genomen van de statuten van de vennootschap en geconstateerd dat daarin geen bepalingen zijn opgenomen die ertoe zouden kunnen leiden dat de aandeelhouders, zo dezen al overeenstemming zouden kunnen bereiken over enig besluit, zich zouden kunnen mengen in de werkzaamheden van de bestuurder (r.o. 3.10).
Zie voor soortgelijke voorzieningen: OK 24 juni 1982,NJ 1983, 638 (Huisdierencrematorium Stompwijk, m.nt. Maeijer) en OK 29 mei 1986,NJ 1988, 98 (De Stefano Delft).
OK 17 maart 1983,NJ 1984, 462 (BV Handelsvereeniging, m.nt. Maeijer). Ingevolge de statuten van BV Handelsvereeniging is iedere bestuurder afzonderlijk vertegenwoordigingsbevoegd, maar is voor een aantal rechtshandelingen – waaronder het verrichten van handelingen en het aangaan van verbintenissen die een bedrag van ƒ 50 000 te boven gaan – de voorafgaande goedkeuring van de vergadering van prioriteitsaandeelhouders vereist.
Omdat de OK meent dat een termijn van een jaar te kort is om op doelmatige wijze maatregelen te treffen die aan de ongetwijfeld slechte financiële situatie waarin de vennootschap zich bevindt een einde kunnen maken, wordt [S] voor een periode van twee jaar benoemd.
OK 27 april 2005,ARO 2005, 77 (Dolphin Watercompany).
OK 26 juni 1986, rekestnr. 53/85 OK (Van den Berg).
141. De Ondernemingskamer regelt in diverse van de in paragraaf 5.3.1.1 en 5.3.1.2 aangehaalde beschikkingen de gevolgen van de binnen het bestuur getroffen voorzieningen, hetzij op grond van art. 2: 357 lid 2 BW, hetzij via tijdelijke afwijking van de statuten.
142.Vervanging van het gehele bestuur(paragraaf 5.3.1.1). De Ondernemingskamer gaat er in de meeste procedures waarin zij het gehele bestuur vervangt van uit dat de door haar benoemde bestuurder beide kemphanen, althans een van hen, zal inschakelen bij de feitelijke exploitatie van de onderneming en dat voor hen/hem een passende beloning voor de werkzaamheden zal worden vastgesteld. De beide voormalige bestuurders dienen bij het verrichten van de werkzaamheden de door de bestuurder gegeven aanwijzingen op te volgen.1 De benoemde bestuurders worden ook meer concrete opdrachten gegeven. Zo dienen de bij Aesculaap Beheer respectievelijk Beheermaatschappij Trial benoemde bestuurders het in het bijzonder tot hun taak te rekenen te onderzoeken in welke omvang het wanbeleid benadeling van de vennootschap tot gevolg heeft gehad en op welke wijze de geleden schade kan worden verhaald of ongedaan kan worden gemaakt, terwijl de bij Beheermaatschappij Trial benoemde bestuurder tevens dient te bezien in hoeverre aanleiding bestaat de ten laste van de vennootschap gebrachte kosten van een aantal gevoerde civiele procedures op de geschorste bestuurder te verhalen.2 Bijzonder aan de beschikking inzake Schruns is dat de Ondernemingskamer niet alleen de enig bestuurder [L] (tevens 75%-aandeelhou-der) ontslaat en de 25%-aandeelhouder [E] tot bestuurder benoemt3, maar tevens het besluit van het bestuur vernietigt om aan het Handelsregister van de Kamer van Koophandel opgave te doen dat Schruns in verband met een gebrek aan baten is opgehouden te bestaan. De Ondernemingskamer overweegt dat [E] het in hoedanigheid van bestuurder van Schruns tot zijn taak mag rekenen de eventuele gevolgen van dit besluit ongedaan te maken (rechtsoverweging 3.4) en voert in dit verband voor een termijn van twee jaar een wijziging door in de statuten, waardoor [E] de mogelijkheid wordt verschaft te besluiten tot het invorderen van enige vordering van Schruns op [L] dan wel enige aan hem verbonden vennootschap. Florica heeft de noodzaak van een veroordeling van haar medeaandeelhouders tot overdracht van hun aandelen in Aesculaap Beheer ten titel van beheer niet aannemelijk gemaakt.4 In plaats daarvan geeft de Ondernemingskamer de benoemde bestuurder in afwijking van de statuten de bevoegdheid om zonder toestemming van de AVA een aantal in de statuten genoemde besluiten te nemen.5 In de beschikking inzake BV Handelsvereeniging is gekozen voor een iets andere be-nadering: teneinde de besluitvorming in het bestuur vlot te trekken, wordt een commissaris aangesteld die de aan de prioriteitsaandelen gekoppelde bevoegdheden zal uitoefenen (art. 2: 356 sub d BW).6
Bijzondere vermelding verdient de beschikking inzake Landgoed Huys Sevenaer, waarin de Ondernemingskamer zich zeer actief toont in haar streven de vennootschap weer op de rails te krijgen: de tijdelijk benoemde bestuurder [S] dient zich, zo wordt overwogen, mede aan de hand van te verrichten taxaties, een verantwoord oordeel te vormen omtrent de, thans onduidelijke, vermogenspositie van de vennootschap en zij dient de exploitatie van de landbouwgronden te verbeteren en te harmoniseren onder vaststelling van een concreet teeltplan. Bovendien dient wellicht te worden overwogen om, ter oplossing van de liquiditeitsproblematiek, de vennootschap af te slanken door verkoop van, niet tot het landgoed in eigenlijke zin behorende, onrendabele landerijen, waarbij waarschijnlijk op de eerste plaats te denken valt aan de verpachte gronden. [S] krijgt echter geen carte blanche. In het dictum is bepaald dat zij ‘alvorens zij als bestuurder enig onroerend goed van de vennootschap te koop, in pacht of in exploitatie aanbiedt, dit aan ieder van de aandeelhouders afzonderlijk, doch gelijkertijd, aanbiedt en dat zij dit aanbod gedurende 14 dagen in stand houdt. In geval van geschil beslist de Ondernemingskamer op verzoek van de meest gerede partij.’ De Ondernemingskamer overweegt verder dat [S] als bestuurder niet alleen gebonden is aan de doelstelling van de vennootschap, vermeld in de statuten, doch dat zij tevens rekening dient te houden met hetgeen verzoekers in hun overeenkomst uit 1974, die heeft geleid tot oprichting van de vennootschap, zijn overeengekomen. Omtrent de in de overeenkomst genoemde teeltmethode merkt de Ondernemingskamer op: de toepassing daarvan dient te worden voortgezet en bij de exploitatie van het overig gedeelte van het areaal dient daarmee zoveel mogelijk rekening te worden gehouden, mits dit kan geschieden op een gezonde economische basis. Onder deze omstandigheden acht zij het niet noodzakelijk aan [S] een bindend voorschrift te geven.7
143.Schorsing of ontslag van een van de bestuurders(paragraaf 5.3.1.2). In de procedures waarin een van de bestuurders wordt geschorst of ontslagen, is blijkens de beschikkingen minder aanleiding de gevolgen hiervan te regelen. In de procedure inzake Dolphin Watercompany wordt niet alleen [W] als bestuurderontslagen, maar wordt tevens een buitenstaander tot bestuurder – naast [D], die in functie blijft – benoemd, aan wie de bevoegdheid wordt toegekend de vennootschap zelfstandig te vertegenwoordigen en aan wie – in zoverre in afwijking van de statuten – in het bestuur een doorslaggevende stem toekomt.8In de beschikking inzake Van den Berg worden de statuten aldus aangevuld, dat de tantièmes van de directie worden vastgesteld door de door de Ondernemingskamer ingestelde RvC, terwijl de tantièmes van het verdere personeel worden vastgesteld door de directie onder goedkeuring van de RvC.9