Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.4.2
9.4.2 De coördinatie van economisch beleid en het bestuur van de eurozone
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450520:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 9 Stabiliteitsverdrag.
Artikel 10 Stabiliteitsverdrag. Deze bepaling verwijst naar artikel 136 VWEU waar het gaat om nauwere samenwerking tussen eurolanden, en naar artikel 20 VEU en de artikelen 326 tot en met 334 VWEU voor nauwere samenwerking tussen (een groep van) lidstaten van de EU.
Artikel 11 Stabiliteitsverdrag.
Artikel 12 Stabiliteitsverdrag.
Artikel 12, tweede lid, Stabiliteitsverdrag.
Artikel 12, tweede en zesde lid, Stabiliteitsverdrag.
Artikel 12, vijfde lid, Stabiliteitsverdrag.
Artikel 13 Stabiliteitsverdrag. Deze mogelijkheid is in algemene zin opgenomen in titel II van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, waar artikel 13 Stabiliteitsverdrag naar verwijst. De zogenoemde artikel 13-con-ferentie vindt tegenwoordig twee keer per jaar plaats. Zie voor verslagen: Kamerstuk-nummer 34054.
Het tweede deel van het Stabiliteitsverdrag gaat in op de coördinatie van het economisch beleid. Deze titel bevat weinig nieuws. De lidstaten benadrukken het belang van economische convergentie voor economische groei,1 onderstrepen de mogelijkheden om als beperkte groep lidstaten nauwer samen te werken2 en spreken af alle plannen voor grote hervormingen van economisch beleid vooraf te bespreken en waar passend onderling te coördineren.3
Het derde deel gaat over het bestuur van de eurozone. Hierin wordt met name aandacht besteed aan het bestaan van de eurotoppen.4 Het Stabiliteitsverdrag regelt dat er minstens twee keer per jaar een eurotop wordt gehouden,5 waar niet-eurolanden voor wat bepaalde onderwerpen betreft aan deel kunnen nemen en in ieder geval van op de hoogte zullen worden gehouden.6 Ook aan het Europees Parlement zal verslag worden uitgebracht.7 Daarnaast benadrukt dit gedeelte de mogelijkheid van het Europees Parlement om samen met de nationale parlementen een conferentie te organiseren om over het begrotingsbeleid en andere kwesties die onder dit verdrag vallen, te spreken.8