Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.6.4:8.6.4 Belgisch recht
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.6.4
8.6.4 Belgisch recht
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180107:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel III.85 Wetboek van Economisch Recht.
Koninklijk Besluit tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van Economisch Recht, 21 oktober 2018, artikel 1. Wanneer de ondernemingsactiviteit voornamelijk bestaat uit gasvormige of vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor het voortbewegen van motorvoertuigen op de openbare weg bedraagt het drempelbedrag € 620.000 exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Wetboek van Economisch Recht wordt sinds de hervorming en modernisering van de bepalingen omtrent de boekhouding met ingang van 1 november 2018 ook een onderscheid gehanteerd tussen boekhoudplichtige ondernemingen, waarop de gewone regels met betrekking tot de boekhouding van toepassing zijn, en de mogelijkheid om gebruik te maken van vereenvoudigde boekhouding.1 Voor natuurlijke personen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen, organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, vennootschappen onder firma en gewone commanditaire vennootschappen, waarvan de omzet niet een door de Koning bepaalde drempelwaarde overschrijdt, geldt dat zij hun boekhouding vereenvoudigd mogen voeren. De thans geldende drempelwaarde bedraagt € 500.000 exclusief belasting over de toegevoegde waarde.2
Ondernemingen die gebruik mogen maken van de vereenvoudigde boekhoudplicht, behoeven – kort gezegd – alleen een boekhouding te voeren van de inkomsten en uitgaven. Zij zijn gehouden in elk geval drie dagboeken bij te houden, waaruit de mutaties in de liquide middelen, de inkoop (en betaling) en de verkoop (en ontvangsten) blijken.