Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.7.4:12.5.7.4 Conclusie en aanbevelingen
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.7.4
12.5.7.4 Conclusie en aanbevelingen
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491425:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In lijn met mijn eerdere bevindingen dient standaardvoorwaarde 1, lid 1 te vervallen. Wat daarin is bepaald voor de in dit onderdeel behandelde situaties, dient te worden verplaatst naar art. 14a Wet VPB 1969 (codificatie standaardvoorwaarde). Volgens de huidige regels kan de belastingschuldige (splitser) de verschuldigde vennootschapsbelasting acuut of gespreid in vijf jaarlijkse termijnen betalen. Deze betalingsregeling dient als volgt te worden uitgebreid: de belastingschuldige (splitser) mag de verschuldigde vennootschapsbelasting voldoen naar gelang die belastingheffing geheven zou worden ingeval de belastingclaims zouden zijn doorgeschoven naar (een) verkrijger(s). Het is voldoende om aan deze betalingsregeling de eis te verbinden dat de belastingschuldige moet zijn gevestigd in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten dat voorziet in wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingschulden die voortvloeien uit belastingen naar de winst.