Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.2.5
9.4.2.5 Het soort bescheiden dat kan worden opgevraagd
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578731:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser/Vranken (1995), nr. 24.
Zie voor een overzicht van jurisprudentie Ekelmans 2007, p. 15 e.v.
Zie voor voorstanders van een ruimere interpretatie onder meer Barendrecht & van den Reek 1994, p. 739; Von Schmidt auf Altenstadt 2002, p. 13; Freudenthal 2002, p. 113; Van der Wiel 2004, p. 50 e.v.
Van der Wiel 2004, p. 51.
Barendrecht & Van den Reek 1994, p. 739. Ook in Frankrijk en België wordt uitgegaan van een relevantie-vereiste. Zie Van der Wiel 2004, p. 52.
Ekelmans 2007, p. 18-19. Ekelmans geeft een rechtspraakoverzicht van zaken waarin de rechter bereid is een ruimere uitleg te volgen.
De vraag is of de aanvrager slechts bescheiden kan opvragen waarbij de aanvrager en de houder zelf beiden rechtstreeks als partij betrokken zijn.1 Indien het antwoord op deze vraag bevestigend luidt, komt dit neer op het feit dat artikel 843a Rv zich vooral beperkt tot verzoeken tot verstrekking van onderling gewisselde correspondentie en overeenkomsten.2 Er bestaat echter een tendens waarin de exhibitieplicht ruimer wordt geïnterpreteerd.3 In deze visie zouden stukken die relevant zouden kunnen zijn voor een rechtsbetrekking onder beperkingen opgevraagd moeten kunnen worden. Deze visie lijkt mij juist te zijn. Het valt goed te verdedigen dat alle stukken die voor het bepalen van de inhoud van een rechtsbetrekking van betekenis zijn, onder de exhibitieplicht vallen.4 Barendrecht & Van den Reek spreken in deze zin wel van het relevantie-vereiste.5
Voor een ruimere uitleg pleit ook Ekelmans, argumenten zijn onder meer de parlementaire geschiedenis, het feit dat de rechter op grond van artikel 22 Rv meer mogelijkheden zou hebben om bescheiden op te vragen dan partijen zelf hebben op grond van artikel 843a Rv, het feit dat de uitbreiding in 2002 van de exhibitieplicht tot op een gegevensdrager aangebrachte gegevens zich minder goed laat begrijpen indien voor bescheiden zoals foto's en geluidsopnamen vereist zou zijn dat partijen daarbij rechtstreeks als partij betrokken zijn en het feit dat er geen goede gronden zijn om een verzoek tot overleggen van bescheiden per definitie strenger te beoordelen dan een verzoek om iemand als getuige te horen (bij het verzoek om iemand als getuige te horen wordt niemand bij voorbaat van het verschijnen als getuigen vrijgesteld).6