Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/3.3.3.3:3.3.3.3 Roerende zaken
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/3.3.3.3
3.3.3.3 Roerende zaken
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS298330:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 12 februari 2009, zaak C-515/07, (VNLTO), BNB 2009/202 (noot B.G. van Zadelhoff).
Als tot de voorraad behorende goederen toch worden gebruikt voor andere dan bedrijfsdoeleinden zal zich een levering ex art. 3, lid 3, letter a, wet (art. 16 btw-richtlijn) voordoen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de beoordeling of roerende zaken kwalificeren als investeringsgoederen moet een onderscheid gemaakt tussen (1) roerende zaken die als materieel vast activum zijn geactiveerd en waarop wordt afgeschreven, (2) roerende zaken die als vlottend activum zijn geactiveerd maar waarop niet wordt afgeschreven en (3) roerende zaken die niet geactiveerd worden en waarop niet wordt afgeschreven.
Roerende zaken, die als materieel vast activum zijn geactiveerd en waarop wordt afgeschreven, kwalificeren btw-technisch als investeringsgoed.
Roerende zaken die als vlottend activum zijn geactiveerd maar waarop niet wordt afgeschreven, zoals tot de handelsvoorraad of overige voorraad behorende roerende zaken, behoren btw-technisch niet tot de investeringsgoederen van de ondernemer. Dit geldt dus ook voor roerende zaken waarop de ondernemer zou kunnen afschrijven als de betreffende roerende goederen als materieel vast activum zouden zijn geactiveerd. Dit betekent dat een auto die door een ondernemer als bedrijfsmiddel wordt gebruikt wel een investeringsgoed is, terwijl een auto, die tot een voor de verkoop bestemde voorraad auto’s behoort, dat niet is. Op de tot de voorraad behorende auto wordt niet afgeschreven. Als zo’n auto na enige tijd onverkoopbaar blijkt zal er een incidentele afboeking of afschrijving kunnen plaatsvinden. Er is echter geen sprake van een systematische afschrijving. Door deze incidentele afboeking wordt de tot de voorraad behorende auto geen investeringsgoed.
Een voorraad roerende zaken zal altijd behoren tot de niet-investeringsgoederen van de ondernemer. De door de Hoge Raad in BNB 2008/53 gestelde prejudiciële vragen hadden (o.a.) betrekking op niet-investeringsgoederen. Op de vraag of bij dergelijke goederen etikettering mogelijk is heeft het Hof van Justitie EU in het VNLTO-arrest1 niet geantwoord. Als het Hof van Justitie EU op deze vragen geantwoord zou hebben dat etikettering ook mogelijk is bij de aanschaf van niet-investeringsgoederen, zou mijns inziens bij de aanschaf van voor de handelsvoorraad bestemde goederen (roerende en onroerende) etikettering toch nooit aan de orde kunnen komen omdat deze voorraad uit haar aard bestemd is voor gebruik voor bedrijfsdoeleinden. Een handelsvoorraad zal in beginsel nooit gedeeltelijk voor bedrijfsdoeleinden en gedeeltelijk voor andere dan bedrijfsdoeleinden worden gebruikt.2
Roerende zaken die niet zijn geactiveerd en waarop niet wordt afgeschreven zullen vanzelfsprekend niet als investeringsgoederen kunnen worden aangemerkt.