Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/2.4.1
2.4.1 Invoer in en output van databases algemeen
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS498262:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Omdat deze omstandigheid als gegeven moet worden gezien, zijn de resultaten die zijn gebaseerd op de lokale databases Civiel grotendeels ongewijzigd gehandhaafd en de landelijke cijfers uit praktische overwegingen gebaseerd op de centrale ODB. De gegevens in het hoofdstuk over het opheffingskortgeding zijn aangepast en geactualiseerd naar de inhoud van de ODB.
De ODB wordt eenmaal per jaar samengesteld met de lokale gegevens uit de lokale databases Civiel.
Zo bleek bij dossieronderzoek ter plaatse dat bijna de helft van de als conservatoir beslag ingeboekte rekesten bij een van de rechtbanken geen betrekking had op een conservatoir beslag (en daarmee buiten het onderzoek viel).
Zo zijn als gevolg van het niet tot op specifieker niveau ‘door’ coderen geen gegevens over beslagrekesten beschikbaar in Alkmaar, daar bij deze rechtbank slechts tot op het niveau rekest algemeen wordt geregistreerd. In Arnhem zijn geen gegevens over opheffingskortgedingen bekend, omdat binnen deze rechtbank niet verder dan op niveau kort geding algemeen wordt geregistreerd.
Het moge duidelijk zijn dat, zolang geen eenvormige invoermethodiek wordt ingevoerd en het muteren in historische gegevens niet technisch wordt geblokkeerd, deze onzuiverheden zullen blijven bestaan.
Gebleken is dat vergelijkbare query's op de lokale databases van Civiel en de centrale ODB verschillende resultaten opleveren. Dit fenomeen kwam naar voren toen kwantitatieve gegevens, gebaseerd op query's op de lokale rechtbankdatabases van Civiel (gebruikt voor het Research Memorandum), niet (geheel) overeen kwamen met de (latere) query's op de centrale ODB voor de vaststelling van landelijke cijfers inzake conservatoir beslag. De verklaring hiervoor (en daarmee voor de verschillen in kwantitatieve resultaten die in dit boek opgemerkt kunnen worden)1 ligt, voor zover bekend, in wijze waarop de ODB wordt gevuld2 en de mogelijkheid dat lokaal met terugwerkende kracht ‘hard’ in data van voorgaande jaren kan worden gemuteerd.
Het invoeren van gegevens in de database Civiel gebeurt op griffies en blijkt niet altijd en overal even consequent te gebeuren.3 Ook is vastgesteld dat van tijd tot tijd sprake is van een door een rechtbank genomen initiatief tot wijziging in registratie (bijvoorbeeld: de afwijzing van beslagrekesten wel of niet registreren). Een en ander heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de output. Een ander verschijnsel is dat geen eenvormige invoerwerkwijze wordt gehanteerd door de diverse rechtbanken.4 Het voorgaande heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de betrouwbaarheid van de beschikbare kwantitatieve gegevens, die naar mijn mening als indicatief+ moet worden beschouwd.5