Morganatisch burgerschap
Einde inhoudsopgave
Morganatisch burgerschap 2019/6.5:6.5 Besluit
Morganatisch burgerschap 2019/6.5
6.5 Besluit
Documentgegevens:
mr. G. Karapetian, datum 16-12-2019
- Datum
16-12-2019
- Auteur
mr. G. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS181137:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoofdstuk VI
In dit hoofdstuk kunnen hoofdzakelijk twee onderwerpen worden onderscheiden waaraan aandacht is besteed. Ten eerste is de werking van het Franse burgerschap in de overzeese gebieden onder de loep genomen. Vervolgens is de betekenis van de werking van het Unieburgerschap in de Franse LGO ten behoeve van het Franse burgerschap aan de orde gesteld.
Frans burgerschap
Het Franse burgerschap is gedurende het ancien régime ontstaan in het erfrecht. Het waren alleen de Franse burgers die gedurende deze jaren konden erven indien een overlijdensgeval zich voordeed. De revolutionairen verweten de standenmaatschappij de verstarring van de maatschappij. Met een beroep op de klassieke oudheid beoogden zij een egalitaire samenleving in het leven te roepen. Gelijkheid was derhalve een van de speerpunten van de Franse Revolutie. De revolutionairen ontdekten al gauw dat het eeuwenoud concept van burgerschap van dienst kon zijn bij de verwezenlijking van dat ideaal. Het is namelijk het burgerschapsbegrip dat de grens tussen de burger en de niet-burger markeert, en daarmee een kader biedt voor de beantwoording van de vraag onder wie gelijkheid moet worden bereikt. Gedurende en na de Revolutie stuit men echter op verschillende ongemakken bij het verwezenlijken van dit ideaal. Zo wordt er verschillende malen geëxperimenteerd met het censuskiesrecht en met verschillende tredes bij de verkiezing van de representanten. Het algemeen (mannen)kiesrecht wordt uiteindelijk ingevoerd in 1848. In 1944 wordt dit uitgebreid naar vrouwelijke burgers. Het Franse burgerschap veronderstelt een wederkerige rechtsverhouding tussen de Franse burger en de rechtsorde van de Republiek. De rechten en plichten van deze rechtsverhouding zijn thans verankerd in het Charte des droits et devoirs du citoyen français.
Frans burgerschap in de Franse overzeese gebieden
In dit hoofdstuk is aandacht besteed aan de wijze waarop de ingezetenen van deze overzeese gebieden het Franse burgerschap hebben gekregen en wanneer zij kiesgerechtigd zijn geworden voor de verkiezingen van het parlement. Hoewel gedurende de Revolutie van 1789 de koloniën vertegenwoordigd waren in de États généraux, gold dat niet voor de gehele bevolking. Alleen de welvarende blanke kolonisten hadden namelijk zitting aldaar. De betrokkenheid van de koloniën kwam met name op de voorgrond toen de Déclaration van 1789 in september 1789 Saint-Domingue bereikte. Voor- en tegenstanders hadden hun eigen ideeën over de toepasbaarheid van deze Déclaration in de koloniën. In mei 1791 bereikte de Assemblée nationale een compromis ten aanzien van deze kwestie. Er werd besloten dat vrije gekleurde ingezetenen (geboren uit een vrije moeder en vrije vader) werden toegelaten tot het Franse actieve burgerschap. Daarnaast legde de Assemblée nationale vast dat zij nimmer zou beraadslagen over de rechtspositie van niet-vrije personen in de koloniën. Het decreet werd tot ongenoegen van de kolonisten aangenomen in de Assemblée nationale. De kolonisten weigerden echter het decreet tot uitvoering te brengen. Een schijnopstand van de lokale bevolking werd voor Parijzer commissarissen het middel om te bewerkstelligen dat de kolonisten gehoor zouden geven aan bevelen uit de metropool. Door de schijnopstand, die uitmondde in de slavenrevolutie in Saint-Domingue, werd de metropool zich bewust van de mogelijke consequenties van het verlies van het koloniale imperium. De assimilatiepolitiek van de metropool werd hiermee geboren. De Grondwet van 1795 verklaarde de koloniën integraal onderdeel van Frankrijk. Deze oude koloniën werden stapsgewijs opgenomen in het constitutionele kader van de metropool. Zo werd in 1848 het Franse burgerschap met electorale rechten volwaardig uitgebreid naar de koloniën die waren veroverd gedurende het ancien régime. Ten aanzien van de koloniën die waren veroverd in de negentiende eeuw gebeurde dit in de jaren 1946-1956. Het was derhalve pas in 1956 dat de idealen van 1789 ten aanzien van politieke representatie volwaardig werden gerealiseerd. Iedere Franse burger is immers thans door middel van algemene directe dan wel indirecte verkiezingen politiek gerepresenteerd in het vertegenwoordigende wetgevende orgaan van de Republiek: het Parlement.
Politieke representatie en kiesrecht in de DrOM, COM en Nieuw- Caledonië
Het huidige Franse Parlement telt twee kamers: de direct gekozen Assemblée nationale en de indirect gekozen Sénat. In beide kamers zijn de burgers van de huidige overzeese gebieden, dat wil zeggen de DrOM, COM en Nieuw-Caledonië, vertegenwoordigd. Alle (organieke) wetten die tot stand komen ten behoeve van de COM of Nieuw-Caledonië worden vervaardigd door medewerking van het Franse parlement, alwaar deze Franse burgers zijn vertegenwoordigd. Het Nieuw-Caledonische burgerschap vormt geen obstakel voor het kunnen uitoefenen van het kiesrecht van Nieuw-Caledoniërs voor de leden van bijvoorbeeld de direct gekozen Assemblée nationale. De burgers van de DrOM, COM en Nieuw-Caledonië worden eveneens in de Sénat vertegenwoordigd. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de gedachte zoals vervat in art. 6 van de rechtsgeldige Déclaration dat burgers door middel van politieke representatie betrokken moeten zijn bij de totstandkoming van wetten. De casus van Nieuw-Caledonië illustreert treffend dat de Republiek de uniformiteit van het Franse burgerschap hoog in het vaandel heeft, hoewel binnen dit uniforme burgerschapskader wel ruimte bestaat voor een eigen burgerschap in Nieuw- Caledonië. Het burgerschap van Nieuw-Caledonië maakt derhalve geen inbreuk op het uniforme karakter van het Franse burgerschap.
Unieburgerschap in de Franse LGO
Het Unieburgerschap werkt in de Franse LGO synchroon aan het Franse burgerschap. De Unieburgers in de Franse LGO verkrijgen de rechten die gekoppeld zijn aan het Unieburgerschap. De Franse burger overzee wordt vertegenwoordigd in het Europees Parlement, dat evenwel op een indirecte wijze betrokken is bij de totstandkoming van regelgeving ten behoeve van de LGO, in het bijzonder het LGO-besluiten van de Raad. Daarnaast heeft de Franse LGO-Unieburger het reis- en vestigingsrecht in gebieden waar het Unierecht onverkort geldt. De nationaal-Franse equivalenten van deze rechten heeft dezelfde burger in de Franse rechtsorde ook, maar dan uit hoofde van het Franse burgerschap. De rechtsbetrekking die de Franse staatsburger heeft met de rechtsorde van de Republiek is er dan ook in ieder geval niet een die minder innig is dan de rechtsbetrekking tussen de Franse LGO-Unieburger met de rechtsorde van de EU. Dat deze stellingname niet opgaat voor de rechtsbetrekking tussen de Nederlandse LGO-Unieburger en zijn statutaire rechtsorde, zal blijken uit het volgende hoofdstuk.