Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/2.5.2.1
2.5.2.1 De eerste LBO-golf:‘barbarians at the gate’
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403491:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Cheffins & Armour 2007, p. 12-14.
Schleifer & Vischny 1991, p. 49-56.
Zie Schenk 2007, p. 180-185.
Smit & Van den Bergh 2007, p. 30.
Bij een aanzienlijk aantal LBO’s in de jaren tachtig trad het bestuur van de vennootschap (soms samen met een andere investeerder) op als koper van de aandelen in de vennootschap. In dat geval sprak men van een Management Buyout (MBO). Daarnaast vond juist ook een aantal vijandige overnames plaats, waarbij het bestuur van de doelwitvennootschap zich verzette tegen de LBO. Als de investeerder zich probeerde in te kopen en het bestuur overnam, werd gesproken van een Management BuyIn (MBI). Als de koper zowel bestond uit personen uit het oude bestuur, als uit personen uit het nieuwe bestuur, werd gesproken van een BuyIn-Managment Buyout, afgekort tot BIMBO.
Boot & Cools 2007, p. 26.
De Jong e.a. 2007, p. 17.
De populariteit van de LBO heeft een cyclisch en conjunctureel karakter; sinds de jaren tachtig hebben zich drie LBO-golven voorgedaan (zie figuur 2). De eerste LBO-golf vond plaats in de tweede helft van de jaren tachtig, toen veel Amerikaanse beursgenoteerde ondernemingen werden overgenomen. De opkomst van de LBO was een reactie op de populariteit van fusies en overnames in de jaren zestig en zeventig.1 Vanwege de hoge aandelenkoersen in die tijd, hadden veel bedrijven hun aandelen aan de beurs genoteerd. Door ‘empire building’ waren veel van deze ondernemingen verworden tot conglomeraten waarvan – mede vanwege de in par. 2.4.2 beschreven agency-problematiek – de som der delen soms meer waard was dan het geheel.2 Toen vanaf de jaren zeventig de aandelenkoersen begonnen te dalen, zagen investeerders hun kans schoon om de inefficiënte, logge ondernemingen ‘van de beurs te halen’. De LBO’s vormden zo een instrument om de onverstandige acquisities uit het verleden ongedaan te maken.3 De meeste LBOkandidaten betroffen daarom volwassen ondernemingen met een stabiele cashflow, die na de overname gedwongen werden zich te richten op hun core business.4 De opkomst van de Amerikaanse markt voor hoogrentende, risicovolle obligaties (junk bonds) heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de eerste LBO-golf. Deze stelde investeerders in staat hun overnames te financieren met veel vreemd vermogen.5
Figuur 2 (Bron: Bain US LBO deal database)
De hoge rendementen die private equity-investeerders behaalden, zorgden voor een enorm aanbod van vermogen, waardoor de prijzen voor de overnamekandidaten stegen en dientengevolge de rendementen steeds meer onder druk kwamen te staan.6 In 1988 bereikte de eerste LBO-golf haar hoogtepunt en al vrij snel daarna geraakten de eerste LBO-doelwitten in betalingsproblemen. Het instorten van de markt voor junk bonds leidde tot een krimp van de private equity-industrie tot het begin van de jaren negentig.7