Personentoetsingen in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/8.8.3:8.8.3 Opvragen van tuchtrechtelijke informatie
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/8.8.3
8.8.3 Opvragen van tuchtrechtelijke informatie
Documentgegevens:
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268417:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De toezichthouder kan zich ook rechtstreeks wenden tot de betreffende bank, of tot de STB, om (nadere) tuchtrechtelijke informatie op te vragen. Dit kan gewenst zijn wanneer de toezichthouder zelfstandig onderzoek wil doen en zich niet afhankelijk wil maken van meldingen door de bank zelf, of wanneer de bank slechts over summiere informatie beschikt.
De betrokken bank, de STB en andere relevante derden zijn wettelijk verplicht om mee te werken aan dergelijke informatievorderingen van de toezichthouder, voor zover deze uiteraard aan de daaraan te stellen (evenredigheids-)eisen voldoen.1 Wanneer de informatie relevant is voor de toezichttaak en wordt opgevraagd in het kader van een concreet (lopend) toezicht- of toetsingsonderzoek, zal aan deze eisen waarschijnlijk wel worden voldaan. Daarbuiten zijn de mogelijkheden echter beperkt. Dat zou al gauw leiden tot een ontoelaatbare “fishing expedition”.2
Betreft het een toetsingsonderzoek naar uitsluitend de betrouwbaarheid, dan zullen de toezichthouders voorts rekening moeten houden het bepaalde in art. 7 Bpr Wft. Dit artikel bevat een limitatieve lijst van personen en instanties bij wie de toezichthouder informatie mag opvragen. Komt een persoon of organisatie niet voor op de limitatieve lijst, dan kan de informatie pas worden opgevraagd wanneer het dossier hiertoe aanleiding geeft. Betrokkene dient hierover te worden geïnformeerd.3
Op de lijst staan bijvoorbeeld de Belastingdienst, het OM, buitenlandse toezichthouders, de te toetsen persoon zelf en door hem opgegeven referenten. Op de lijst staan ook de inlichtingen vermeld, verkregen van “organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene”.4 Of onder deze formulering ook de STB kan worden begrepen is niet met zekerheid te zeggen. Hier speelt het eerder genoemde vraagstuk of bankmedewerkers als beroepsgenoten kunnen worden beschouwd.5 Ook kan worden betwijfeld of de STB voor de toepassing van dit artikel valt aan te merken als een organisatie van bankmedewerkers. De bepaling lijkt te zijn geschreven voor organisaties waarin vrije beroepsbeoefenaren zich hebben verenigd, zoals de Nederlandse Orde van Advocaten of de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, en is met de invoering van het bancair tuchtrecht niet aangepast. Het lijkt mij dat het aanbeveling verdient om dit alsnog te doen.6 De tuchtrechtelijke informatie kan immers relevant zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de betrokken persoon, en er zou geen onduidelijkheid moeten bestaan over de vraag in hoeverre de toezichthouder in het kader van een concreet toetsingsdossier deze informatie kan opvragen bij de STB.