Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.2.7.5
12.2.7.5 Geen ambtshalve toetsing
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940294:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Feteris 2002, p. 280, Feteris in zijn noot bij HR 18 november 1992, FED 1993/143, punt 2.
HR 20 december 1989, BNB 1990/102, nadien diverse keren bevestigd in bijvoorbeeld HR 21 oktober 1992, BNB 1993/8, HR 18 november 1992, FED 1993/143 en HR 10 maart 1993, BNB 1993/164, maar ook later in HR 28 november 2003, BNB 2004/79. Zie ook reeds HR 3 mei 1989, BNB 1989/256, r.o. 4.3. Overigens brengt ook de enkele omstandigheid dat de boetebeschikking zelf niet of niet op de juiste wijze is bekendgemaakt, geen nietigheid met zich, HR 31 maart 2023, V-N 2023/16.16, r.o. 3.4.4.
HR 21 april 2017, V-N 2017/22.9, BNB 2017/162, r.o. 4.3, waarover nader in paragraaf 12.2.6.2.
Zie hierover nader paragraaf 9.4.14.3.
Zie bijvoorbeeld Rb Zeeland-West-Brabant 21 december 2018, V-N 2019/27.5, r.o. 4.11-4.12 en (impliciet) Hof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2019, V-N 2020/10.18.5, r.o. 4.10 en 4.11. Zie ook de in paragraaf 12.2.6.2 reeds aangehaalde uitspraak Hof ’s-Hertogenbosch 28 mei 2020, V-N 2020/40.8. Hoewel dat niet met zoveel woorden uit de uitspraak blijkt, wees het Hof de inspecteur er tijdens de zitting vermoedelijk ambtshalve op dat hij de feitelijke grondslag van de boete achteraf had gewijzigd (zie r.o. 3.2 en r.o. 4.3-4.6), waarop de inspecteur eieren voor zijn geld koos en het standpunt innam dat de boetes niet in stand konden blijven.
Zie hierover nader paragraaf 9.4.14.3.
Zie paragraaf 9.4.14.4.
De boeteling die van mening is dat de mededelingsplicht is geschonden, moet daarop een beroep doen. In de literatuur is wel gesuggereerd dat de rechter ook spontaan nader onderzoek zou moeten verrichten, indien uit het dossier niet blijkt dat er tijdig een adequate mededeling is gedaan.1 De Hoge Raad heeft deze ambtshalve toetsing in het verleden echter afgewezen en meer dan eens bepaald dat de boeteling moet stellen dat de mededelingsplicht is geschonden.2 In de hiervoor besproken Credit Suisse-zaak waarin de inspecteur zich pas in hoger beroep op een gewijzigde rechtsgrond voor de grondslag van de boete had beroepen, liet de Hoge Raad evenwel het ambtshalve gegeven Hofoordeel dat zulks in het licht van de mededelingsplicht ontoelaatbaar is, in stand.3 Dat zou erop kunnen wijzen, dat de Hoge Raad inmiddels toch toestaat dat de feitenrechter ambtshalve toetst of aan de mededelingsplicht is voldaan.4 De feitenrechter past een dergelijke ambtshalve toetsing recentelijk vaker toe.5
Ook als de Hoge Raad vast zou houden aan de lijn uit zijn oudere jurisprudentie, meen ik dat de stelplicht van de boeteling effectief weinig voorstelt.6 Het recht om zich behoorlijk te kunnen verdedigen moet, als fundamentele waarborg van art. 6 EVRM, immers worden gegarandeerd door het nationale procesrecht en dus worden bewaakt door de nationale rechter.7