De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/4.4.4.4:4.4.4.4 Competentieafspraken tussen concernmedezeggenschapsorganen (?)
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/4.4.4.4
4.4.4.4 Competentieafspraken tussen concernmedezeggenschapsorganen (?)
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS387335:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook L.C.J. Sprengers, ‘Medezeggenschapsstructuur en politiek primaat. Twee onderwerpen uit de WMW nader belicht’, SMA 2005-5, p. 221-222.
Commissie Arbeid Onderneming en Medezeggenschap notitie consultatief overleg medezeggenschap van 21 september 2009 AOM/948.
Kabinetsstandpunt medezeggenschap 2009 p. 9. Kamerstukken II ,2009-2010, 29818, nr. 32.
Ondernemingskamer 27 augustus 2010, ARO 2010/136, ROR 2010/39, JAR 2010/269 (CAS).
Zie hierover ook: L.G. Verburg, ‘De Ondernemingskamer, de medezeggenschap en de periode 2009 tot en met 2011, ArbeidsRecht 2012-8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de vorige paragraaf blijkt dat niet altijd duidelijk is welk medezeggenschapsorgaan bevoegd is over een bepaald (voorgenomen) besluit te adviseren. Het kan daarom wenselijk zijn dat de verschillende medezeggenschapsorganen afspraken maken, zodat onduidelijkheid wordt weggenomen. De vraag is of dergelijke afspraken rechtsgeldig kunnen worden gemaakt. Op grond van art. 32 WOR kunnen immers de bevoegdheden van een or alleen worden uitgebreid en niet worden beperkt. Indien bijvoorbeeld op basis van art. 35 WOR een bevoegdheid aan de cor toekomt omdat sprake is van een gemeenschappelijke aangelegenheid, kan dit orgaan geen afstand doen van deze bevoegdheid bij overeenkomst op grond waarvan het adviesrecht aan de afzonderlijke ondernemingsraden toekomt. De praktijk vraagt wel om een dergelijke flexibiliteit.
In 2003 adviseerde de SER meer flexibiliteit mogelijk te maken tussen de diverse medezeggenschapsorganen binnen een concern. Dit door de mogelijkheid te creëren dat een van de organen zijn bevoegdheid opgeeft ten behoeve van andere (onderliggende) medezeggenschapsorganen. Het ingetrokken voorstel van de Wet medezeggenschap werknemers bood een soortgelijke mogelijkheid.1 In het kabinetsstandpunt medezeggenschap 2009 geeft de minister aan dat het kabinet positief staat tegenover een, door de AOM-commissie van de SER voorgestelde,2 wijziging van art. 35 WOR in die zin dat het mogelijk wordt de bevoegdheidsverdeling tussen verschillende medezeggenschaporganen flexibel te regelen. De minister plaatst daarbij wel de kanttekening dat dat versnippering van bevoegdheden moet worden vermeden.3 In 2011 laat de minister echter in een brief aan de Tweede Kamer weten geen uitvoering te geven aan het kabinetsstandpunt, met uitzondering van het onderdeel over scholing.4
Uit jurisprudentie van de Ondernemingskamer lijkt te volgen dat dergelijke afspraken tussen concernorganen ook onder huidig recht mogelijk zijn. In de CAS-beschikking die geen betrekking had op concernverhoudingen, maar op afspraken tussen een or en een tor in een overnamesituatie deelde de Ondernemingskamer het standpunt van de ondernemer dat de bevoegdheden van de or overgegaan zijn op de tor. De Ondernemingskamer overwoog daarbij het volgende: “het is te begrijpen dat de ondernemingsraad zich ongelukkig voelt met het feit dat zijn bevoegdheden zijn overgegaan naar de tor waarin hij een minderheidspositie bekleedt, maar dit doet aan het een en ander niet af. De ondernemingsraad heeft, na afweging van de argumenten voor en tegen, gekozen voor deelname in de tor, met de daarbij behorende medezeggenschap over SSC Archief, maar evenzeer voor het prijsgeven van de eigen medezeggenschapsrechten.”5 De vraag is hoe deze uitspraak zich verhoudt tot art. 32 WOR op grond waarvan het immers niet mogelijk is bevoegdheden prijs te geven.6 Naar mijn mening moet bij de toepassing van art. 32 WOR een onderscheid worden gemaakt tussen het volledig wegcontracteren van bevoegdheden en het verschuiven van bevoegdheden naar andere medezeggenschapsorganen, zoals de cor, gor of de tor. In het laatste geval worden de bevoegdheden immers nog steeds uitgeoefend door een orgaan dat de werknemers vertegenwoordigt. De CAS-beschikking past binnen deze lijn. Hierbij geldt wel dat nodig is dat het medezeggenschapsorgaan dat zijn bevoegdheden afstaat zich realiseert wat de consequenties ervan zijn, iets wat de Ondernemingskamer ook meeneemt in haar beslissing. De ondernemer dient zich naar mijn mening ervan te verzekeren dat dit bewustzijn bij het medezeggenschapsorgaan bestaat.