Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/1.6.4:1.6.4 Beperking tot onmiddellijke voorzieningen
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/1.6.4
1.6.4 Beperking tot onmiddellijke voorzieningen
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS198048:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[42] Het onderzoek beperkt zich tot de onmiddellijke voorzieningen, als bedoeld in artikel 2:349a BW. In theorie kunnen ook voorzieningen, die na het constateren van wanbeleid kunnen worden getroffen op de voet van artikel 2:355 BW, de rechtspersoon verhinderen een contractuele verplichting na te komen.1 Die voorzieningen zijn door de wetgever expliciet en limitatief opgesomd.2 Een aantal van die voorzieningen leent zich niet voor een rechtstreekse ingreep door de Ondernemingskamer in een contractuele verplichting van de rechtspersoon. De voorzieningen van artikel 2:355 BW worden pas getroffen, nadat onderzoek naar het beleid van de rechtspersoon heeft uitgewezen dat van wanbeleid sprake is. Ze hebben niet het karakter van een spoedeisende noodmaatregel. Ze komen tot stand na een procedure, die met meer waarborgen is omkleed dan de procedure die tot een onmiddellijke voorziening leidt.3 Er zijn dus verschillen in fundering tussen de onmiddellijke voorziening en de voorziening na wanbeleid.4 Daarnaast hebben deze voorzieningen een ander doel.5 Bovendien kan gezegd worden, dat het eventuele neveneffect van een voorziening na wanbeleid dat de rechtspersoon een verplichting niet nakomt, inherent is aan een door de wetgever uitdrukkelijk gegeven regel. Al deze verschillen brengen mee, dat onverenigbaarheid van een voorziening na wanbeleid met een contractuele verplichting van de rechtspersoon, niet tot de in nr. 7 beschreven moeilijkheden leidt. De voorzieningen na wanbeleid worden daarom niet in de beschouwing betrokken.