Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/4.6.2
4.6.2 Oproeparbeid
Nuna Zekić, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Nuna Zekić
- JCDI
JCDI:ADS288373:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook hoofdstuk 3 van dit boek.
KamerstukkenII 2018/19, 35074, nr. 3, p. 22.
Art. 7:628a lid 9 BW bevat een – niet eenvoudige – definitie van de oproepovereenkomst. Er is, kort gezegd, sprake van een oproepovereenkomst wanneer de omvang van de arbeid niet is vastgelegd als één aantal uren per tijdseenheid en de werknemer geen duidelijkheid heeft over het te verdienen loon.
Zie uitgebreider Zekić 2020, p. 222-226.
De oproeptermijn van vier dagen kan bij cao verkort worden tot ten minste 24 uur.
Zie ook hoofdstuk 3 van dit boek.
Art. 7:628a lid 1 BW. Deze loonaanspraak komt toe aan twee groepen werknemers: werknemers die werkzaam zijn op basis van een oproepovereenkomst, zoals hier besproken, en degenen met een wekelijkse arbeidsomvang van minder dan 15 uur waarbij de tijdstippen voor het verrichten van het werk niet zijn vastgelegd.
HR 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2907, JAR 2013/140, m.nt. Zwemmer.
Een van de belangrijkste kenmerken van platformwerk is het ‘on demand’-karakter van het werk. Platformwerkers werken meestal op afroep, waardoor dit type werk – mits sprake is van een werknemerstatus – onder oproeparbeid geschaard zou kunnen worden.1 Ten aanzien van oproeparbeid zijn in 2020 nieuwe wettelijke regels in het Burgerlijk Wetboek geïntroduceerd door de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab). Deze nieuwe regels hebben als doel ‘de langdurige inkomenszekerheid’ te beperken en ‘nodeloze permanente beschikbaarheid’ tegen te gaan.2 De Wab heeft ook een definitie van de oproepovereenkomst geïntroduceerd (art. 7:628a lid 9 BW) en daarmee een additionele toets waaraan voldaan moet zijn, willen de regels over de oproeparbeid van toepassing zijn. De eerste toets blijft uiteraard of de overeenkomst op basis waarvan arbeid wordt verricht, kwalificeert als een arbeidsovereenkomst.
Als er vastgesteld is dat er wel sprake is van een dienstverhouding en we kijken vervolgens alleen naar de definitie van de oproepovereenkomst, dan zou het kunnen dat veel platformwerkers een oproepovereenkomst hebben.3 De nulurencontracten, maar in principe ook de min-maxcontracten, vallen onder deze definitie.4 De bescherming tegen de ‘nodeloze permanente beschikbaarheid’ is zo vormgegeven dat een werknemer niet verplicht is om gehoor te geven aan een oproep, wanneer de werkgever niet ten minste vier dagen van tevoren de werknemer heeft opgeroepen (art. 7:628a lid 2 BW).5 Platformwerkers zijn echter doorgaans vrij om zelf te bepalen of, wanneer en hoe lang ze willen werken. Het is daarnaast mogelijk te betwisten dat bij platformarbeid sprake is van een oproep om te werken. Het is dus de vraag in hoeverre deze nieuwe regels, bedoeld om nodeloze beschikbaarheid te voorkomen, nuttig zijn voor platformwerkers.
Interessanter voor veel platformwerkers is wellicht de andere grote verandering ten aanzien van oproepkrachten, namelijk de verplichting voor de werkgever om de werknemer steeds na twaalf maanden dienstverband een arbeidsovereenkomst aan te bieden met een vaste arbeidsomvang, die ten minste gelijk is aan de gemiddelde omvang van de arbeid in die voorafgaande periode van twaalf maanden.6 Wanneer de werknemer immers zekerheid heeft over de arbeidsomvang, heeft hij of zij ook meer inkomenszekerheid.7 Doet de werkgever geen aanbod voor een vaste arbeidsomvang, dan heeft de werknemer recht op loon over het gemiddeld aantal gewerkte uren op jaarbasis gedurende de periode dat de werkgever de verplichting niet nakomt.8 De aan te bieden omvang moet gelijk zijn aan de gemiddelde omvang van de arbeid in de voorafgaande periode van twaalf maanden, waarbij het gaat om alle verloonde uren.9
In potentie kan deze nieuwe verplichting dus meer inkomenszekerheid bieden aan platformwerknemers. Het is echter niet ondenkbaar dat juist platformarbeiders een dergelijk aanbod voor een vaste arbeidsomvang niet willen aanvaarden. Veel platformwerkers zullen juist de flexibiliteit willen behouden. Wanneer de werknemer het aanbod heeft aanvaard, heeft hij niet langer een oproepovereenkomst, omdat de arbeidsovereenkomst dan een vaste arbeidsomvang heeft. Als de werknemer het aanbod niet aanvaardt, wordt de oproepovereenkomst voortgezet. Steeds als de arbeidsovereenkomst twaalf maanden heeft geduurd, zal de werkgever een aanbod voor een vaste arbeidsomvang moeten doen.
Al met al lijken de wettelijke regels over oproeparbeid zich toch niet goed te verdragen met het bedrijfsmodel van platforms zoals Deliveroo.10 Het duidelijkst is dat wellicht te zien bij de regels die de werknemer per oproep een aanspraak op loon voor drie uur geven, ook als de werknemer korter dan drie uur heeft gewerkt.11 Dit kan ook tot ‘dubbele beloning’ leiden, zo heeft de Hoge Raad geoordeeld, omdat de werknemer wiens arbeidsovereenkomst voldoet aan de eisen en die meerdere malen per dag wordt opgeroepen werk te verrichten, over elke afzonderlijke periode van arbeid recht heeft op loon voor een periode van minimaal drie uur.12 Hoewel deze loonaanspraak ouder is dan de Wab, lijkt hij niet heel bekend te zijn, gelet op de schaarse rechtspraak die erover bestaat.