Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.5.4
8.5.4 Industriële onderneming
mr. drs. C.M. Harmsen, datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180105:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
TO is de afkorting voor technisch omzettingsproces of wel productieproces.
R.W. Starreveld, Leer van de administratieve organisatie (Bestuurlijke informatieverzorging), deel 2: Typologie der toepassingen, Alphen aan den Rijn: N. Samsom 1962, eerste druk en R.W. Starreveld, O.C. van Leeuwen, met medewerking van H.B. de Mare en E.J. Joëls, Bestuurlijke Informatieverzorging, Deel 2B, Toepassingen, Typologie van de bedrijfshuishoudingen, Groningen|Houten: Wolters-Noordhoff 2007, vijfde druk.
O.C. van Leeuwen en J.B.T. Bergsma, Bestuurlijke informatieverzorging in perspectief, Relevante en betrouwbare informatie voor sturing en beheersing, Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers 2012, p. 108.
Zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 november 2015, r.o. 5.17, ECLI:NL:GHARL:2015:8504, JOR 2016/90, m.nt. S.C.M. van Thiel (Betelgeuze), waarin werd geoordeeld dat gelet op de aard en omvang van de onderneming van Betelgeuze onder meer de voor- en nacalculaties en de verwerking van het onderhandenwerk in de administratie deel uitmaken van de administratieplicht.
Bij industriële ondernemingen wordt de bedrijfsvoering gekenmerkt door een doorstroming van eigen zaken tezamen met een of meer productieprocessen waarbij een technische omzetting van de zaken plaats vindt. De ingekochte grond- en hulpstoffen worden omgezet in halffabricaat of gereed product. De industriële onderneming zal in elk geval een voorraad ingekochte grond- en hulpstoffen hebben, onderhanden werk en een te verkopen voorraad eindproduct. Afhankelijk van de hoeveelheid technische omzettingsprocessen die binnen de onderneming plaatsvinden, zijn (is) er ook (een) voorra(a)d(en) halffabricaat. Het productieproces wordt uitgevoerd met behulp van productiemiddelen, zoals de fabrieksgebouwen en de machines, en de inzet van menskracht.
Schematisch ziet de waardekringloop1 en de bijbehorende te voeren administraties er als volgt uit:
De grondvorm van de waardekringloop is te herkennen in de onderkant van het schema (inkoop-voorraad-personeel-productiemiddelen-verkoop- vorderingen-innen-geldmiddelen-betalen-schulden). Het verschil met de handelsonderneming zit in het (de) technisch(e) omzettingsproces(sen) om van de ingekochte grond- en hulpstoffen te komen tot eindproducten. Voor de noodzakelijke administratie betekent dit dat naast de bij elke onderneming te onderkennen vormen van administratie, namelijk die behoren bij de grondvorm van de waardekringloop, de administratie van de productieprocessen bij een industriële onderneming onderscheidend is.
Bij industriële ondernemingen kan een onderscheid worden gemaakt tussen heterogene massaproductie, waarbij verschillende soorten massaproducten worden geproduceerd zonder dat de productieprocessen duidelijk worden gescheiden, en stukproductie, waarbij de producten zo veel mogelijk worden uitgevoerd volgens de specifieke wensen van de afnemers. Starreveld onderscheidt ook nog ondernemingen die zich richten op homogene massaproductie, waarbij maar één product wordt geproduceerd.2 Van Leeuwen en Bergsma maken geen onderscheid meer tussen homogene en heterogene massaproductie omdat homogene massaproductie nog maar relatief zelden voorkomt.3 Voor mijn onderzoek is het onderscheid tussen homogene en heterogene massaproductie niet heel relevant omdat heterogene massaproductie in feite een optelsom is van meerdere homogene productieprocessen. Voor de soorten van noodzakelijke administratie maakt dit geen onderscheidend verschil. Wat bij heterogene massaproductie nodig is aan administratie per product, is bij homogene massaproductie nodig voor slechts één product.
Bij ondernemingen met heterogene massaproductie moet de administratie van het productieproces niet alleen informatie geven over de aantallen die van de verschillende producten in een bepaalde periode zijn geproduceerd maar ook over de hoeveelheid grond- en hulpstoffen, het aantal gebruikte mens- en machine-uren en in hoeverre deze feitelijk gebruikte productiemiddelen afwijken van de daarvoor bestaande normen. Voor het bepalen van de normen voor toekomstige productie zijn de feitelijke uitkomsten van de productie uit het verleden instrumenteel. Structurele afwijkingen van de normen moeten leiden tot een aanpassing van het productieproces en de normen en/of de kostprijs van het product om niet (structureel) verlieslatend te produceren. De administratie van het productieproces moet zodanig zijn ingericht dat deze informatie daaraan kan worden ontleend. Indien projectmatig wordt geproduceerd, zal er ook een onderhanden werkadministratie moeten zijn, zodat per project kan worden beoordeeld in hoeverre er verschillen zijn tussen voor- en nacalculaties, of er normen worden overschreden en of eventuele overschrijdingen aan de opdrachtgever in rekening gebracht kunnen worden.4
Bij ondernemingen met stukproductie (of in kleine series van stukproductie) is het minder makkelijk dan bij heterogene massaproductie om aan de administratie normgegevens te ontlenen voor toekomstige productie. Daarmee is de administratie ook minder rechtstreeks bruikbaar voor toekomstige kostprijsberekeningen. Toch is ook bij deze vorm van productie de administratie per product niet alleen van belang voor het vaststellen van het resultaat op dat product maar ook om de opgedane inzichten te gebruiken voor het maken van offertes (prijsbepaling) voor nieuwe opdrachten. Om winst of verlies per product te kunnen bepalen is een nauwkeurige administratieve registratie per project met na afloop een nacalculatie en verschillenanalyse noodzakelijk.
Anders dan bij massaproductie ligt het bij stukproductie voor de hand dat het eindproduct wanneer dat gereed is vrijwel direct wordt geleverd aan de afnemer. Er zal dus weinig voorraad gereed product zijn.