De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board
Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VI.4.1:VI.4.1 Inleiding
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VI.4.1
VI.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242701:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf concludeerde ik dat de niet-uitvoerende bestuurders zijn belast met het houden van ‘versterkt collegiaal toezicht’. Omdat de niet-uitvoerende bestuurders deel uitmaken van het bestuur, rijst de vraag of zij hun toezichtstaak wel op een effectieve wijze kunnen vervullen.
Om van effectief toezicht te kunnen spreken, moet aan een aantal randvoorwaarden zijn voldaan. Zo is de samenstelling van de one tier board van cruciaal belang. Ik besteed hier in § VI.4.2 aandacht aan. Een naar behoren samengestelde one tier board biedt echter geen garantie voor effectief toezicht. Daarvoor is namelijk ook van belang dat de niet-uitvoerende bestuurders over adequate informatie beschikken. De informatievoorziening komt in § VI.4.3 aan bod. Voor effectief toezicht is voorts vereist dat de toezichthouders slagvaardig kunnen optreden. Om die reden is de raad van commissarissen te allen tijde bevoegd een bestuurder te schorsen. In § VI.4.4 ga ik in op de vraag of de niet-uitvoerende bestuurders eveneens tot schorsing van een uitvoerend bestuurder kunnen overgaan. De vraag of de toezichthoudende taak van de niet-uitvoerende bestuurders kan worden versterkt met een goedkeurings- of instructierecht, beantwoord ik in respectievelijk § VI.4.5 en § VI.4.6. In § VI.4.7 komt tot slot de enquêtebevoegdheid van de niet-uitvoerende bestuurders aan de orde.