Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/1.5.2:1.5.2 Risico’s en kansen van plaatsonafhankelijk online (platform)werken
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/1.5.2
1.5.2 Risico’s en kansen van plaatsonafhankelijk online (platform)werken
Documentgegevens:
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić
- JCDI
JCDI:ADS288460:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot besluit van deze bundel worden een aantal sociaalrechtelijke aspecten van plaatsonafhankelijke vormen van digitaal (platform)werk onder de loep genomen. Zowel bij online werkplatforms waarbij de allocatie en het werk zelf zijn gedigitaliseerd (aangeduid als ‘crowdwork’), alsook bij het grootschalige telewerken vanuit huis sinds de aanvang van de coronacrisis, valt de ‘woon-werkafstand’ weg, waardoor in potentie de wereld ons werkterrein wordt. In hoofdstuk 9 gaan Mijke Houwerzijl en Bas Rombouts in op uitdagingen die kleven aan dergelijke vormen van digitaal (platform)werken in transnationaal verband. Het grootste deel van het hoofdstuk is gewijd aan het, in verhouding tot locatiegebonden platformwerk, nog onderbelichte fenomeen crowdwork. Gelet op de wereldwijde reikwijdte ervan, behandelen de auteurs dit voornamelijk vanuit het perspectief van de Internationale Arbeidsorganisatie (International Labour Organisation (ILO)).
Uit ILO-studies blijkt dat crowdwork kansen voor werkgelegenheid in afgelegen of onderontwikkelde gebieden oplevert. Tegelijkertijd kleven er ook een flink aantal uitdagingen aan het garanderen van eerlijk en fatsoenlijk werk voor crowdworkers, zeker in ontwikkelingslanden. Dat laten de auteurs zien door crowdwork langs de meetlat van de fundamentele ILO-Conventies te leggen. Vervolgens schetsen zij tentatief een aantal opties om decent crowdwork te bevorderen. Een daarvan kan op termijn ook afnemers van crowdwork in landen als Nederland gaan raken. In Nederland gevestigde ondernemingen worden immers in toenemende mate aangesproken op de verduurzaming van hun internationale handels- en toeleveringsketens. Vooralsnog dienen zij schendingen van arbeidsnormen in buitenlandse schakels van deze ketens vooral op basis van ‘soft law’ te inventariseren en aan te pakken, maar zoals het zich laat aanzien zal dit in de nabije toekomst een wettelijke verplichting worden. Als een deel van de internationale keten diensten of producten omvat die gemaakt worden met behulp van crowdworkers, kan de in acht te nemen ‘due diligence’ zich uitstrekken tot ‘decent work’ voor deze digitale werkers in het (verre) buitenland. Afhankelijk van de precieze inhoud en het politieke lot van de recente Europese en nationale initiatieven op dit vlak, kan online werken aan de andere kant van de aardbol daarmee binnen het spectrum van het Nederlandse (sociaal) recht terechtkomen.
Dichter voor de deur staan de potentiële gevolgen voor werkgevers als er na afloop van de coronamaatregelen een blijvende situatie van (deels) digitaal thuiswerken wordt geïnstitutionaliseerd, ook voor grensarbeiders. Alhoewel hierdoor een aantal praktische belemmeringen voor een loopbaan over de Europese landsgrenzen heen wegvallen, lijkt het vanuit werkgeversperspectief onverstandig om ‘grenzeloos’ hybride werken aan te moedigen: zodra dit enige omvang krijgt, zijn de implicaties voor (de voorspelbaarheid van) het toepasselijke sociale recht en dus voor de arbeidskosten en administratieve lasten (te) verstrekkend. De auteurs illustreren dit aan de hand van een voorbeeld, dat ook het voorland zou kunnen zijn voor crowdworkplatforms, als deze in de toekomst aan sociaalrechtelijke wetgeving gebonden zouden raken.
Kortom, Houwerzijl en Rombouts laten zien dat het bepaald geen sinecure is om de opmars van virtuele vormen van transnationale arbeidsmobiliteit in tegelijkertijd hanteerbare en sociaaljuridisch rechtvaardige banen te leiden. Juridische interventies op meerdere niveaus zijn nodig om de transnationale dilemma’s te adresseren van (crowd)arbeid in de digitaliserende (platform)economie.