Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.6.3.2:19.6.3.2 De omvang van de schade
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.6.3.2
19.6.3.2 De omvang van de schade
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403539:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover de noot van Van Andel bij Rb. Arnhem 19 juni 2008, JOR 2008/170 en de noot van Rijckenberg bij Hof ’s-Hertogenbosch 19 januari 2010, JOR 2010/113.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als een aandeelhouder op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is vanwege aan hem verrichte betalingen die niet kwalificeren als materiële uitkeringen, dient men erop bedacht te zijn dat de omvang van de schade niet gelijk is aan het nominale bedrag van de onrechtmatige betalingen. Indien de vennootschap een betaling verricht op een aandeelhouderslening, daalt immers zowel haar actief als haar passief. De door de crediteuren geleden schade bestaat daarom uit het verschil tussen hetgeen zij zullen ontvangen in faillissement en hetgeen zij zouden hebben ontvangen als de selectieve betaling niet had plaatsgevonden; het gaat kortom om Quotenschaden.1