Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/5.4.4
5.4.4 Het toepassingsgebied van de UTCCR 1999
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS495986:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In SBL/Apostolakis, r.o. 40 wordt verwezen naar HvJ EG 3 juli 1997, nr. C-269/95, Jur. 1997, p. 1-3767(Dentalkit). Ervine 2004, p. 127-128.
Office of Fair Trading/Abbey National plc and others [2008] EWHC 875 (Commercial Court), r.o. 88-89.
Willett 1997, p. 234.
Er bestaat discussie over deze keuze en de mate van alertheid van de gemiddelde consument: Nebbia 2007, p. 139-141.
Ervine 2004, p. 128; McKendrick 2008, p. 474.
Bairstow Eves London Central Ltd/Smith [2004] EWHC 263 (QB), r.o. 25: reg 6(2) had to be given a restrictive interpretation, otherwise a coach and horses could be driven through the Regulations.'
Bright 2000, p. 344, met verwijzing naar OFT Bulletin 1999/6, p. 49. Daar staat tegenover dat de voorwaarde dat kernbedingen duidelijk moeten zijn, strikt wordt uitgelegd door de OFT. Zij vereist dat op een kernbeding wordt gewezen: Bright 2000, p. 347.
Bankers Insurance Company Ltd/South and Anor [2003] EWHC 380 (QB), waarover Twigg-Flesner 2006/07, p. 248.
OFT/Abbey National [2009b].
OFT/Abbey National [2008], r.o. 6.
OFT/Abbey National [2008], r.o. 332 e.v. (m.n. 345) gevolgd door OFT/Abbey National [2009a], r.o. 59 e.v.
Lord Mance in OFT/Abbey National [2009b], r.o. 112 en 114.
Opvallend is dat uit de uitspraak van Lord Phillips blijkt dat de bedingen nog steeds aan Reg. 5(1) kunnen worden getoetst, zij het dat de gelijkwaardigheid tussen prijs en tegenprestatie buiten beschouwing moet worden gelaten: Lord Phillips in OFT/Abbey National [2009b], r.o. 57. De vraag is echter waar de verstoring dan in gelegen zou moeten zijn.
Onder de UCTA 1977 vallen alle — ook de uitonderhandelde — bedingen en zelfs niet-contractuele bepalingen.
Bryen/Boston [2004], r.o. 43, waarover Twigg-Flesner 2006/07, p. 244. Vgl. ov. 45 considerans Richtlijnvoorstel consumentenrechten.
Twigg-Flesner 2006/07, p. 245.
Twigg-Flesner 2006/07, p. 244-245, met verwijzing naar uitspraak m.b.t. de UCTA 1977.
Law Commissions 2005, nr. 3.51. Door de afschaffing van het criterium wordt voorkomen dat bedrijven hiervan misbruik maken door bijv. slechts de hoogte van een verder oneerlijke deposit' uit te onderhandelen. De OFT heeft de Law Commissions gewezen op dergelijke misstanden: Law Commissions 2005, nr. 3.156.
WBC/Beckingham, r.o. 29.
Bryen/Boston [2005], r.o. 46, waarover Twigg-Flesner 2006/07, p. 244-245.
Consument
294.De toepasselijkheid van de Regulations is beperkt tot consumentenovereenkomsten (Reg. 4(1) 1999) en een consument wordt in Reg. 3(1) gedefinieerd als 'any natural person who, in contracts covered by these Regulations, is acting for purposes which are outside his trade, business or profession' .Deze definitie wordt conform de Europese rechtspraak eng opgevat: de doeleinden van de consument-wederpartij zijn bepalend.1 De maatstaf bij de toetsing aan het transparantiebeginsel uit Reg. 7(1) is de maatstaf van de gemiddelde consument (` typical consumer2 of `average consumer'3) uit de rechtspraak van het HvJ inzake de misleidende reclame.4 Dit hangt samen met de sterk geobjectiveerde wijze waarop contracten naar Engels recht worden uitgelegd.
Kernbedingen
295. Reg. 6(2) bepaalt, in lijn met art. 4 lid 2 richtlijn, dat het oneerlijke karakter van bedingen geen betrekking heeft op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst (a), noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren goederen of te verrichten diensten (b), voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. De beschermingsdoelstelling van de richtlijn is gebaat bij een strikte uitleg van deze bepaling.
In de DGFT/FNB-uitspraak hebben de Law Lords het begrip 'kernbeding' eng uitgelegd.5 Ook in de lagere rechtspraak wordt uitgegaan van een restrictieve uitleg van het begrip.6 De OFT, daarentegen, lijkt het begrip kernbeding wat ruimer te benaderen: een vervaldatum op een cadeaubon werd als een kernbeding beschouwd.7 Gevreesd wordt voorts, dat de grote voortvarendheid waarmee dekkingsclausules in verzekeringsovereenkomsten als kernbedingen worden aangemerkt tot een ruimere uitleg van het begrip in andere contexten leidt.8 De recente uitspraak van de Supreme Court inzake OFT/Abbey national wijst in die richting en contrasteert met de DGFT/FNB-uitspraak.9 Volgens de High Court en de Court of Appeal mocht de OFT bankvoorwaarden waarin voor verschillende diensten hoge kosten aan debiteuren werden opgelegd,10 aan de oneerlijkheidstoets onderwerpen.11 De Supreme Court kwam echter tot de conclusie dat de OFT de 'proportionaliteit' van de bedingen niet mocht beoordelen. De bedingen vormden een 'prijs of vergoeding' in de zin van Reg. 6(2)(b) en geen Visguised penalties' .12 Dat niet elke consument de kosten hoefde te betalen deed er niet toe.13 De OFT is na de uitspraak van de Supreme Court gestopt met de procedure.
Onderhandelingscriterium
296. De UTCCR 1999 zijn enkel van toepassing op bedingen waarover de consument niet afzonderlijk heeft onderhandeld: Reg. 5(1) UTCCR 1999.14 Reg. 5(2) zet art. 3 lid 2 richtlijn om en verschaft enige duidelijkheid over hoe het criterium dient te worden uitgelegd: 'A term shall always be regarded as not hoving been individually negotiated where it has been drafted in advance and the consumer has therefore not been able to influence the substance of the term.' Toch wordt er verschillend gedacht over wat 'afzonderlijk onderhandelen over een beding' precies inhoudt. In de praktijk wordt het criterium ruim uitgelegd. Een consument die tussen verschillende sets bedingen kon kiezen werd geacht over een beding te hebben onderhandeld.15 Volgens de Guidance van de Royal Institute of British Architects (RIBA) is het geven van uitleg over de algemene voorwaarden en het bieden van een mogelijkheid 'to raise concerns' voldoende om van onderhandelingen te spreken.16 In de literatuur komt een striktere benadering voor, waarin de consument de inhoud van de voorwaarden moet hebben kunnen beïnvloeden.17 De Law Commissions hebben, teneinde een ruime uitleg tegen te gaan, voorgesteld om het criterium af te schaffen.18
Reg. 5(1) bevat tevens de oneerlijkheidsnorm. De toetsing aan het onderhandelingscriterium vindt apart plaats, naast de verstoring en de goede trouw.19 Soms wordt die toetsing echter gekoppeld aan de vaststelling van de goede trouw.20