Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.8.1:7.3.8.1 Wettelijke omschrijving
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.8.1
7.3.8.1 Wettelijke omschrijving
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS604144:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de toepassing van art. 10a Wet VPB 1969 is een ‘verbonden natuurlijk persoon’ een persoon die voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in het belastingplichtige lichaam, of een met hem ‘verbonden lichaam’, zo bepaalt art. 10a lid 5 onderdeel a Wet VPB 1969. Hierbij is de inhoud van het begrip ‘belang’ gelijk aan die van art. 10a lid 4 Wet VPB 1969, dat hiervoor is geanalyseerd.
Op basis van art. 10a lid 5 onderdeel a Wet VPB 1969 vindt geen toerekening plaats van het ‘belang’ dat wordt gehouden door bijvoorbeeld de echtgenoot of kinderen van de ‘verbonden natuurlijk persoon’.
In verband met art. 13b en 13ba Wet VPB 1969 geldt op basis van art. 10a lid 5 onderdeel b Wet VPB 1969 een grotere kring van verbonden natuurlijke personen. Het ‘belang van een derde gedeelte of meer’ hoeft dan niet per se door de betrokken persoon zelf te worden gehouden. Ook indien die persoon samen met zijn echtgenoot een dergelijk belang houdt, is voor die bepalingen sprake van een ‘verbonden natuurlijk persoon’. In dit verband wordt de ongehuwd samenwonende die kan kwalificeren als ‘partner’ in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001, eveneens als een echtgenoot aangemerkt.
Voorts worden, indien een persoon eenmaal gelieerd is, ook zijn echtgenoot, en bloed- of aanverwanten in de rechte lijn meegetrokken in de ‘verbondenheid’. Ook hierbij geldt dat de ongehuwd samenwonende die kan kwalificeren als ‘partner’ in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001, wordt gelijkgesteld met een echtgenoot. Voor de toepassing van art. 10a lid 5 onderdeel b Wet VPB 1969 wordt een pleegkind, een echtgenoot van een pleegkind en een pleegouder tot de bloed- of aanverwanten gerekend. Al met al lijkt de familiegroep in art. 10a lid 5 onderdeel b Wet VPB 1969 op die voor de belastingplicht van directiepensioenfondsen als bedoeld in art. 5 lid 2 Wet VPB 1969. Deze regeling is in paragraaf 7.3.2 beschreven.
Met betrekking tot de juridische splitsing is in art. 3.56 lid 5 onderdeel d Wet IB 2001 bepaald dat indien een aandeelhouder een ‘verbonden natuurlijk persoon’ is in de zin van art. 10a lid 5 Wet VPB van een splitsende rechtspersoon, hij ook als zodanig wordt beschouwd voor de verkrijgende rechtspersoon. In art. 3.57 lid 5 onderdeel c Wet IB 2001 is een vergelijkbare bepaling opgenomen voor juridische fusies. Met deze bepalingen wordt voorkomen dat claims ten aanzien van de heffing van vennootschapsbelasting, die zijn ontstaan als gevolg van transacties tussen de verbonden lichamen en verbonden natuurlijk personen, verloren zouden gaan bij een fusie of splitsing.