Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/5.2.1.1:5.2.1.1 De wegdenkoefening van het csqn-verband
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/5.2.1.1
5.2.1.1 De wegdenkoefening van het csqn-verband
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657492:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wat problematisch is, aangezien het recht, op gevallen van eigen schuld, voordeelstoerekening en proportionele aansprakelijkheid na, in beginsel volledige schadevergoeding eist, zie Asser/Sieburgh 6-II 2017/32; Bloembergen 1965, p. 117-118; Lindenbergh 2020, p. 16-17.
Klaassen 2017, p. 33.
Rb. Oost-Brabant 20 november 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:6455 (Servatius/X c.s.).
Rb. Oost-Brabant 20 november 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:6455 (Servatius/X c.s.), r.o. 5.3.9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er is reden hier iets langer bij stil te staan. Bij het nadenken over oorzaak en gevolg ligt het voor de hand om vanuit het gevolg (iets wat we ervaren als ‘schade’) al terugredenerend te zoeken naar een oorzaak. Nog los van het feit dat gevolgen nooit echt één oorzaak hebben,1 miskent die neiging ook de aard van de exercitie die nodig is om een recht op schadevergoeding vast te stellen. Bepalend is niet wat in natuurkundige zin als ‘de’ oorzaak te gelden heeft;2 het gaat om de juridische vraag naar de verdeling van verantwoordelijkheid. Daarbij moet worden onderzocht hoe de situatie waar het slachtoffer zich nu in bevindt, verschilt van de situatie waarin het slachtoffer zich zou hebben bevonden zonder de normschending. Ter beantwoording van die vraag moeten we echter niet van de vermeende schadepost terugredeneren naar een mogelijke oorzaak, maar vanaf de onrechtmatige daad vooruit naar wat zou zijn gebeurd zonder die onrechtmatige daad.
Neem bijvoorbeeld het volgende geval dat speelde voor de rechtbank Oost-Brabant.3 Woningcorporatie Servatius wilde begin 2000 in samenwerking met de gemeente Maastricht en de Universiteit Maastricht studentenhuisvesting en kantoren realiseren. De toenmalige directeur gaf in 2008 het startsein voor het begin van de bouw, wetende dat nog niet alle vergunningen op orde waren. Dit wordt hem aangerekend als persoonlijk ernstig verwijt en Servatius stelt hem aansprakelijk voor de met het project geleden verliezen. De voormalig directeur voert echter aan dat de geleden verliezen helemaal niet het gevolg zijn van zijn fout, maar van de latere keuze van Servatius om in het geheel met het project te stoppen, welke keuze op zichzelf weer ingegeven is door de in 2009 gekelderde vastgoedmarkt.4
Wie vanuit de schadepost terugkijkt, staat hier voor een probleem: welke van deze twee mogelijke oorzaken is in juridische zin nu ‘de’ oorzaak van de geleden verliezen? De rechtbank Oost-Brabant lost dit eenvoudig (en dogmatisch juist) op door de vraag om te draaien: hoe anders zou de situatie zijn geweest als de directeur niet in 2008 het startsein had gegeven? Antwoord: dan was de bouw weliswaar niet gestart, maar was het project in 2009 alsnog geannuleerd. Resultaat: alleen de meerkosten van het te vroeg beginnen komen dus voor vergoeding in aanmerking. Dat is ook het juiste resultaat, want voor de gevolgen van de vastgoedcrisis kan de directeur vanzelfsprekend niet verantwoordelijk gehouden worden.