Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/14.3.1:14.3.1 Achtergrond van de Human Rights Act
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/14.3.1
14.3.1 Achtergrond van de Human Rights Act
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197299:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Human Rights Bill, HL Official Report (560), col. 144. Zie voorts Uzman 2013, p. 484.
Zie Uzman 2013, p. 484.
In onderdeel 1.14 van de White Paper wordt melding gemaakt van een gemiddelde duur van de procedure van 5 jaar gemeten vanaf het moment dat de nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput en gemiddelde kosten van £ 30.000.
Whitepaper, par. 1.14.
Whitepaper, par. 1.14.
Whitepaper, par. 1.17.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals beschreven, kon de Britse rechter bij de toepassing van wettelijke bepalingen rekening houden met het EVRM door die zo mogelijk zodanig uit te leggen dat zij niet in strijd kwamen met de verdragsverdragsbepalingen. Deze doorwerking van het EVRM door verdragsconforme interpretatie kende echter zijn beperkingen, omdat er wel ruimte moest bestaan voor de rechter om de wet uit te leggen. In gevallen waarin de tekst van de wet en/of de bedoeling van het parlement duidelijk was bestond die ruimte er eigenlijk niet. Er moest iets gebeuren aan die ongemakkelijke situatie en wel op politiek niveau. In de jaren negentig van de vorige eeuw werden grondrechten het onderwerp van een politiek debat en zelfs een thema tijdens parlementsverkiezingen. In 1995 werd een eerste poging gedaan om het EVRM te incorporeren in het nationale recht, maar het daartoe ingediende wetsvoorstel haalde het niet.1 Twee jaar later deed de regering Blair een verkiezingsgelofte gestand met een nieuwe poging om het EVRM om te zetten in nationaal recht. In het White Paper met de titel Rights Brought Home: the Human Rights Bill2 zette de regering haar plannen uiteen, die uiteindelijk in 1998 hebben geresulteerd in de HRA, die in 2000 in werking trad. In de White Paper zijn verschillende redenen gegeven waarom implementatie van het EVRM wenselijk was volgens de regering. In de eerste plaats werd gewezen op de als onbevredigend ervaren situatie dat burgers die menen dat hun grondrechten zijn geschonden, zich moeten wenden tot de rechter in Straatsburg. Dit is een kostbare procedure, die veel tijd kost.3 Een ander punt waar in de White Paper op wordt gewezen, is dat grondrechten beter geïncorporeerd zouden raken in het nationale recht als er bij de nationale rechter al een beroep op kan worden gedaan.4 Ook zouden Britse rechters in staat worden gesteld om een bijdrage te leveren aan de rechtsontwikkeling op het gebied van mensenrechten in Europa.5 Van meer principiële aard ten slotte is dat de regering met het in de White Paper opgenomen voorstel het signaal afgeeft grondrechten belangrijk te vinden:6
“For individuals, and for those advising them, the road to Strasbourg is long and hard. Even when they get there, the Convention enforcement machinery is subject to long delays. This might be convenient for a government which was halfhearted about the Convention and the right of individuals to apply under it, since it postpones the moment at which changes in domestic law or practice must be made. But it is not in keeping with the importance which this Government attaches to the observance of basic human rights.”