Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.3.4:12.5.3.4 Het Duitse systeem
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.3.4
12.5.3.4 Het Duitse systeem
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491651:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In onderdeel 12.2.3 is het Duitse systeem uitgebreider besproken.
Zie ook BMF-Schreiben, 11 november 2011, BStBl. I 2011, p. 1314, punt 12.04 in verbinding met punt 04.10 en Rödder in: Rödder, Herlinghaus & Van Lishaut 2019, § 12, punt 274.
De meest aanpalende situatie als vergelijkingsmaatstaf voor ruisende splitsingen is uitgewerkt onderdeel 6.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Afsluitend werp ik nog een korte blik op het Duitse systeem. Op grond van § 12, Abs. 3, UmwStG treden de verkrijgers in de fiscale rechtspositie van de splitsende rechtspersoon (Fußstapfentheorie).1 Dit voorschrift geldt niet alleen als de splitsing (gedeeltelijk) fiscaal begeleid tot stand komt, maar ook als wordt afgerekend.2 Het is van belang te onderkennen dat deze benadering afwijkt van het systeem in art. 14a Wet VPB 1969, waarin de fiscale indeplaatstreding uitsluitend in beeld komt indien sprake is van een fiscaal gefaciliteerde splitsing. Het overnemen van de Duitse systematiek in art. 14a Wet VPB 1969 acht ik onwenselijk aangezien de fiscale implicaties van een ruisende splitsing dan afwijken van de fiscale implicaties van de meest aanpalende situatie.3 Dat zou vervolgens doorwerken naar fiscaal gefaciliteerde splitsingen omdat op het punt van claimhandhaving mijns inziens moet worden aangesloten bij de fiscale gevolgen van een ruisende splitsing.