Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.3.2
3.3.2 Onwaardig nadat de erflater overlijdt
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859058:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Van Mourik, in: Handboek Erfrecht, 2020, p. 30.
Asser/Perrick 4 2021/34.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1172.
Asser/Perrick 4 2021/34.
Zie hierover nader par. 3.4.
Reinhartz, in: GS Erfrecht, art. 4:183 BW, aant. 1 (online, bijgewerkt tot en met 1 oktober 2019).
Asser/Perrick 4 2021/449, Reinhartz, in: GS Erfrecht, art. 4:183 BW, aant. 7 (online, bijgewerkt tot en met 1 oktober 2019) en Verstappen, in: Handboek Erfrecht, 2020, p. 563. Van Mourik merkt nog op dat van ongerechtvaardigde verrijking geen sprake is (art. 6:212 BW). De onwaardige heeft nooit enig recht gehad op de goederen. Enige verrijking heef zich nimmer voorgedaan aldus Van Mourik, in: Handboek Erfrecht, 2020, p. 30.
De situatie wordt complexer als onwaardigheid na het overlijden aan het licht komt. Onwaardigheid treedt van rechtswege in. Dat betekent dat de onwaardige vanaf het openvallen van de nalatenschap geen recht had op enig voordeel uit de nalatenschap. De goederen blijven van rechtswege toebehoren aan de (overige) erfgenamen.1 Dat brengt mee dat ieder bezit van de nalatenschap door een onwaardige onrechtmatig is.2 De onwaardige geldt als bezitter te kwader trouw.3 Op grond van artikel 3:121 lid 1 BW is de onwaardige jegens de rechthebbende verplicht tot afgifte van de goederen alsmede tot het afgeven van de afgescheiden natuurlijke en opeisbaar geworden burgerlijke vruchten, onverminderd de verplichting van de onwaardige om de rechthebbende volledig de schade te vergoeden die deze door het onrechtmatige bezit lijdt.4 Kan de onwaardige de goederen niet afgeven, omdat derden rechten op de goederen hebben verkregen die beschermd worden, dan is de onwaardige gehouden de waarde te vergoeden aan de (overige) erfgenamen. Dit is anders indien de derde het goed om niet heeft verkregen.5
De erfgenamen kunnen met een beroep op artikel 4:183 BW (hereditatis petitio) de goederen opvorderen.6 Deze bepaling staat naast de gewone acties van de bezitter (art. 3:125 BW) en de eigenaar (art. 5:2 BW, revindicatie).7Artikel 4:183 BW biedt voordelen ten opzichte van de bezitsactie en revindicatie op procesrechtelijk vlak alsmede op het gebied van de verjaringstermijnen.8
Zodra van onwaardigheid sprake is, geldt met betrekking tot plaatsvervulling en aanwas hetgeen is opgemerkt in paragraaf 3.3.1.