Toetsing van besluiten in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
Toetsing van besluiten in het rechtspersonenrecht (IVOR nr. 89) 2012/3.4.1:3.4.1 De wet, de openbare orde of de goede zeden als beoordelingsmaatstaf voor de toetsing van besluiten
Toetsing van besluiten in het rechtspersonenrecht (IVOR nr. 89) 2012/3.4.1
3.4.1 De wet, de openbare orde of de goede zeden als beoordelingsmaatstaf voor de toetsing van besluiten
Documentgegevens:
A.J.M. Klein Wassink, datum 14-05-2012
- Datum
14-05-2012
- Auteur
A.J.M. Klein Wassink
- JCDI
JCDI:ADS599670:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Belinfante 1929, p. 208, MvA 1925.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat een besluit in strijd met wet, openbare orde of goede zeden nietig was, vloeide voort uit algemene rechtsbeginselen en dat hoefde niet uitdrukkelijk in de wet te worden vastgelegd. In de memorie van toelichting bij het ontwerp Heemskerk was dat met zoveel woorden gezegd:
`De nietigheid van een besluit der algemeene vergadering kan op verschillende oorzaken berusten. Het besluit kan materieel nietig zijn (bijv. strijd met de goede zeden), doch ook slechts formeel, bijv. als de vergadering niet is bijeengeroepen overeenkomstig de geldende voorschriften, als personen hebben meegestemd, die niet aandeelhouders waren enz. Deze wet behoeft dit niet te zeggen: derhalve is de bepaling van het oude art. 46d weggelaten.'1
Met het 'oude art. 46d' werd bedoeld art. 46d uit het ontwerp Nelissen. In dat artikel was vastgelegd dat besluiten die in strijd met de wet of de statuten tot stand gekomen waren, nietig waren.