Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/4.2.3
4.2.3 De beginselen in relatie tot formele bestuurders
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631711:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 4 april 2014, JOR 2014/290 m.nt. De Haan, ook gepubliceerd in NJ 2014/286 m.nt. Van Schilfgaarde (Cancun Holding II). Zie voor diverse visies op deze uitspraak Verdam e.a. (2015); Van Schilfgaarde (2016), nr. 69 e.v.; en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb (2019), nr. 108, 111 en 122 e.v.
Vgl. Rb Leeuwarden 16 juni 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BY1308 (X/Meren Vastgoed). Een “corporate opportunity” wordt in de uitspraak omschreven als een mogelijkheid die zich voor de vennootschap voordoet om een transactie aan te gaan of zakelijke activiteiten te ontplooien die passen binnen het kader van haar bedrijfsvoering, en waarvan kenbaar is dat de vennootschap daar een redelijk belang bij heeft of zou kunnen hebben. Een bestuurder mag zijn eigen zakelijke belangen niet laten prevaleren boven die van de vennootschap.
Rb Limburg (zp Roermond) 30 mei 2018, JOR 2018/208 m.nt. Frielink en Rechtspraakbundel (2020), nr. 30 (Forexx Company/Y).
In deze paragraaf wordt kort stilgestaan bij de vraag wat de drie beginselen voor formele bestuurders betekenen. In paragraaf 4.3 komt de vraag aan de orde naar de (gronden voor de) gelijkstelling van quasi-bestuurders met formele bestuurders.
Hoewel het vermogen van een rechtspersoon volledig door de (quasi-)bestuurder kan zijn ingebracht (denk aan de enig aandeelhouder van een vennootschap), heeft te gelden dat een rechtspersoon over een eigen vermogen beschikt. De aandeelhouder die ter gelegenheid van de uitgifte van aandelen aan hem aan zijn stortingsplicht voldoet, verschaft de rechtspersoon eigen vermogen. Het bestuur van de rechtspersoon is het orgaan dat verantwoordelijk is voor het beheer (in ruime zin) van dat vermogen. In die zin is het besturen van een rechtspersoon aan te merken als het beheer van het vermogen van een ander. Dat geldt juridisch gezien ook wanneer de enig aandeelhouder de enige bestuurder van de rechtspersoon is. Dat hij indirect volledig tot het eigen vermogen van de rechtspersoon is gerechtigd, maakt dat niet anders.
Dat bestuurders verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor hun eigen doen en laten volgt uit de wet. Jegens de rechtspersoon zijn zij immers gehouden tot een behoorlijke taakvervulling. In het geval dat zij daarin tekortschieten kan aansprakelijkheid daarvan het gevolg zijn. Dat in dat verband een hoge drempel voor aansprakelijkheid geldt maakt dat niet anders. Daarbij gaat het immers om de inkleuring en toepassing van het beginsel in een concreet geval.
In zijn algemeenheid geldt een zorgplicht bij het beheer van het vermogen dat aan een ander toebehoort. Een dergelijke zorgplicht geldt ook voor bestuurders van een rechtspersoon. Hier volsta ik met te verwijzen naar de Cancun-beschikking.1
Dat bestuurders niet behoren te profiteren van hun onrechtmatige daden (of van hun wanprestatie) jegens de rechtspersoon blijkt onder meer uit de rechtspraak. De bestuurder die aan de rechtspersoon waarvan hij bestuurder is een “corporate opportunity” voorbij laat gaan en die (vanwege het lucratieve karakter) overhevelt naar zijn privéonderneming, handelt (in beginsel) onrechtmatig en is gehouden de daardoor voor de rechtspersoon ontstane schade te vergoeden.2 De regeling inzake tegenstrijdig belang stoelt op de gedachte dat de bestuurder van de rechtspersoon het belang van de rechtspersoon moet dienen, en niet ten koste van de rechtspersoon zijn privébelang. Voor een geval waarin de belangen van de rechtspersoon door de (quasi-)bestuurder bepaald niet altijd werden gediend wordt verwezen naar de Forexx-zaak (besproken in par. 3.4.1).3