Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/4.7
4.7 De zorgplicht en de quasi-bestuurder
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631724:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder andere Klein Wassink (2016).
HR 4 april 2014, JOR 2014/290 m.nt. De Haan; NJ 2014/286 m.nt. Van Schilfgaarde; Rechtspraakbundel (2020), nr. 20 (Cancun Holding II). Zie ook Van Schilfgaarde (2016), nr. 69 e.v.
Met de inwerkingtreding van de Wet Toezicht en Bestuur per 1 juli 2021 (Stb. 2020, 507 en 508) geldt deze norm (mutatis mutandis) ook voor de vereniging (art. 2:44 lid 3 BW) en de stichting (art. 2:291 lid 3 BW). Indien daaraan geen onderneming is verbonden dient daarvoor ‘organisatie’ te worden gelezen.
Tjong Tjin Tai (2007), nr. 3.5.3. Zie ook Van Nuland (2021), nr. 3.6.3.3.3.
Zie voor een geval van buiten-contractuele aansprakelijkheid HR 9 januari 1998, JOR 1998/116 m.nt. Kortmann (MeesPierson/Ten Bos).
Dit kan ook een arbeidsovereenkomst zijn. Wat de aansprakelijkheid van ondergeschikten en het regresrecht betreft verwijs ik slechts naar de art. 6:170-172 BW, alsmede naar Westenbroek (2017), nr. 10.2.2. en 10.2.3.
De vraag is of op formele bestuurders van rechtspersonen een zorgplicht rust.1 Als op deze bestuurders een zorgplicht rust is de vraag wat die inhoudt. Vervolgens is de vraag wat een en ander betekent voor quasi-bestuurders. In dit verband zal tevens aandacht aan concernverhoudingen worden geschonken (par. 4.7.7).
In de zaak Cancun Holding II2 heeft de Hoge Raad overwogen dat bestuurders bij de vervulling van hun taak, mede op grond van het bepaalde in art. 2:8 BW, zorgvuldigheid dienen te betrachten met betrekking tot de belangen van al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken. Die zorgvuldigheidsverplichting kan, aldus de Hoge Raad, meebrengen dat bestuurders bij het dienen van het vennootschapsbelang ervoor moeten zorgen dat de belangen van al degenen die bij de vennootschap of haar onderneming zijn betrokken niet onnodig of onevenredig worden geschaad.3 Gaat het om een joint-venture vennootschap dan kan de verplichting om de nodige zorgvuldigheid te betrachten jegens aandeelhouders, een bijzondere zorgplicht meebrengen met betrekking tot de positie van een aandeelhouder wiens belang is verwaterd of (verder) dreigt te verwateren. Deze regel lijkt mij niet tot joint-venture vennootschappen en niet tot gevallen van verwatering beperkt.
Hoever de bestuurlijke zorgplicht reikt is niet in algemene zin te zeggen. Dat (rechts)personen bij de organisatie van een rechtspersoon zijn betrokken is op zichzelf voldoende om aanspraak op de bestuurlijke zorgplicht te kunnen maken. De redelijkheid en billijkheid die het bestuur op grond van de wet jegens hen in acht moet nemen is daarvoor een duidelijke basis; die eisen gelden overigens ook voor alle hier bedoelde (rechts)personen jegens elkaar. Zo moeten bijvoorbeeld aandeelhouders op grond van de redelijkheid en billijkheid met elkaars gerechtvaardigde belangen rekening houden. Aangezien contractuele relaties evenzeer door de eisen van redelijkheid en billijkheid worden beheerst, zullen derden die met de rechtspersoon contracteren er op mogen vertrouwen dat jegens hen de bestuurlijke zorgplicht wordt nageleefd. Ook buiten het contractuele verband en buiten de organisatierechtelijke betrekking, ofwel het terrein van de onrechtmatige daad, kan de zorgplicht als een grondnorm worden geduid: een plicht om rekening te houden met andermans gerechtvaardigde belangen.4
Het begrip zorgplicht moet worden onderscheiden van de eisen van redelijkheid en billijkheid die degenen die krachtens de wet of de statuten bij de organisatie van een rechtspersoon zijn betrokken jegens elkaar in acht moeten nemen. De eisen van redelijkheid en billijkheid vormen wel de basis van de bestuurlijke zorgplicht, maar vallen daarmee niet samen. Tot de hier bedoelde kring van personen die jegens elkaar de eisen van redelijkheid en billijkheid in acht dienen te nemen, behoort bijvoorbeeld de aandeelhouder. Algemeen wordt aangenomen dat een aandeelhouder primair zijn eigen belang mag nastreven, zij het dat er wel een buitengrens is, in die zin, dat hij de belangen van anderen die bij de rechtspersoon zijn betrokken niet in onredelijke mate mag veronachtzamen. Er is hier niet sprake van een zorgplicht, omdat de aandeelhouder zich die andere belangen niet in het bijzonder hoeft aan te trekken: hij moet ze wel in het vizier houden, omdat van hem wordt verwacht dat hij zich niet onredelijk opstelt, maar hij hoeft ze niet te behartigen of zwaar te laten meewegen in zijn besluitvorming. Met andere woorden: de aandeelhouder als zodanig heeft geen zorgplicht als het gaat om zijn medeaandeelhouders. Voor de aandeelhouder als quasi-bestuurder kan dat anders liggen.
De schending van een zorgplicht kan zowel contractueel als buiten-contractueel zijn.5 De quasi-bestuurder kan, bijvoorbeeld als filiaalchef of titulair directeur, in een contractuele relatie tot de rechtspersoon staan.6 Veelal staat de quasi-bestuurder niet in een contractuele relatie tot de rechtspersoon, maar bestaat er wel direct of indirect een andersoortige relatie, bijvoorbeeld die van aandeelhouder of commissaris. Hierna zullen de diverse categorieën waarin het fenomeen quasi-bestuurder in deze studie is ingedeeld worden besproken.
4.7.1 De feitelijke bestuurder te goeder trouw4.7.2 De feitelijke bestuurder niet te goeder trouw4.7.3 De formele schaduwbestuurder te goeder trouw4.7.4 De formele schaduwbestuurder niet te goeder trouw4.7.5 De feitelijke schaduwbestuurder4.7.6 De titulaire quasi-bestuurder4.7.7 Concernrecht4.7.8 Een relativering