Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.3.4
15.3.4 Richtlijn 93/13/EEG
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413211:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 93/13/EEG d.d. 5 april 1993, PbEG 1993, p. L 95/29.
Art. 1 lid 1 Richtlijn 93/13/EEG.
Art. 3 Richtlijn 93/13/EEG.
Snijders, noot onder 1-11( 24 maart 2006, N7 2007, 115, sub 3 wijst erop dat het toepassingsbereik veel ruimer is dan alleen koopovereenkomsten.
HvJ EG 27 juni 2000, zaken C-240-244/98, Océano Grupo EditoriallMurciano Quintero, Jur. 2000, p. 1-4941, NJ 2000, 730, r.o. 21.
HvJ EG 27 juni 2000, zaken C-240-244/98, Océano Grupo EditoriallMurciano Quintero, Jur. 2000, p. 1-4941, NJ 2000, 730, r.o. 22.
HvJ EG 27 juni 2000, zaken C-240-244/98, Océano Grupo EditoriallMurciano Quintero, Jur. 2000, p. 1-4941, NJ 2000, 730, r.o. 23.
Par. 12.7.
Ook de Deense rechter is derhalve aan ambtshalve toepassing van art. 3 lid 3 Richtlijn 93/13/EEG gebonden.
HvJ EG 27 juni 2000, zaken C-240-244/98, Océano Grupo Editorial/Murciano Quintero, Jur. 2000, p. 1-4941, NJ 2000, 730, r.o. 26; HvJ 21 november 2002, zaak C-473/00, Cofidis/Frehout, Jur.2002, p. 1-10875, NJ 2003, 703, r.o. 33; HvJ EG 26 oktober 2006, zaak C-168/05, Claro/M6vil, Jur. 2006, p. 1-10421, RvdW 2006, 1102, NJ 2007, 201, r.o. 38. Zie par. 10.7.2.2. over ambtshalve toetsing.
HvJ 21 november 2002, zaak C-473/00, Cofidis/Frehout, Jur. 2002, p.1-10875, NJ 2003, 703, r.o. 33.
AG Wesseling-van Gent voor 1-11( 24 maart 2006, NJ 2007, 115, par. 2.50 en Snijders in noot sub 3.
Par. 10.7.2.2 bespreekt de verplichting tot ambtshalve toetsing.
Snijders, in zijn noot onder 1-11( 24 maart 2006, NJ 2007, 115, sub 3 en in het artikel Kwaliteit van arbitrage na 100 jaar, p. 210 wijst erop dat het toepassingsbereik veel ruimer is dan alleen koopovereenkomsten.
Niet alleen Afdeling 4 beschermt de consument tegen belastende forumkeuzen; maar ook Richtlijn 93/13/EEG.1 Het toepassingsbereik en de gevolgen van deze bescherming verschillen echter. Het doel van Richtlijn 93/13/EEG is bescherming van de consument tegen oneerlijke bedingen in overeenkomsten tussen een verkoper en een consument2 waarover niet afzonderlijk is onderhandeld tussen verkoper en consument.3 Het gaat dus alleen om koopovereenkomsten tussen een consument en een onderneming.4 Voorts biedt Richtlijn 93/13/EEG alleen bescherming tegen bedingen in overeenkomsten waarover niet afzonderlijk is onderhandeld indien deze het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. Een forumkeuze zal derhalve niet steeds door deze bepaling worden bestreken. Er gelden twee voorwaarden: (i) de forumkeuze dient geen onderwerp van onderhandelingen te zijn geweest en (ii) de forumkeuze verstoort evenwicht. De verstoring dient mijns inziens te worden aangenomen zodra de forumkeuze afwijkt ten nadele van de consument van art. de fora van 16 EEX-V°/14 Verdrag of het commune internationaal privaatrecht, omdat deze bepalingen uitdrukkelijk de consument tegen procedures in het buitenland beoogt te beschermen door een evenwichtige regeling in Afdeling 4. De eerste voorwaarde zal bij gebruik van algemene voorwaarden door de verkoper meestal geen probleem opleveren. Indien de forumkeuze echter in de overeenkomst voorkomt en niet in de algemene voorwaarden, zal lastiger te bepalen zijn of daarover is onderhandeld. Zelfs bij een voorbedrukt formulier kan sprake zijn geweest van onderhandelingen, bijv. indien toevoegingen aan de overeenkomst hebben plaatsgevonden. Niettemin mag er vanuit worden gegaan dat een consument in beginsel niet onderhandelt over een forumkeuze, omdat deze niet de kern raakt van de prestaties van verkoper en consument. Tot slot dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden bij het sluiten van de overeenkomst, alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze deel uitmaakt, en de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft (art. 4 Richtlijn 93/13/EEG).
Art. 3 lid 3 Richtlijn 93/13/EEG bevat een verwijzing naar een enuntiatieve lijst in bijlage 1 met bedingen die als oneerlijk kunnen worden aangemerkt. Daaronder bevindt zich sub 1 onder q ook het volgende voorbeeld van een oneerlijke bepaling die tot doel of gevolg heeft:
`q) het indienen van een beroep of het instellen van een rechtsvordering door de consument te beletten of te belemmeren (...)'.
Deze bepaling omvat mede een 'oneerlijke' forumkeuze5 die aan bovenstaande voorwaarden voldoet. In het arrest Océano Grupo Editorial/Murciano Quintero6 heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat een forumkeuze die verwijst naar de rechter van de woonplaats van de onderneming tot gevolg heeft dat een consument zich moet onderwerpen aan de rechtsmacht van een gerecht dat mogelijk ver verwijderd is van zijn woonplaats waardoor het lastiger voor hem is te verschijnen en dat een dergelijke forumkeuze behoort tot de door sub q) verboden categorie. Daarbij weegt het Hof van Justitie mede dat de verkoper in deze gevallen het voordeel heeft alle geschillen over de koopovereenkomsten te kunnen concentreren bij de rechter van zijn woonplaats.7 In genoemd arrest ging het om Spaanse consumenten en verkopers, zodat ik meen dat een forumkeuze waarover niet is onderhandeld in een koopovereenkomst met een consument in internationale verhoudingen a fortiori oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG. Het nadeel voor de consument zal nog groter zijn.
Indien een forumkeuze oneerlijk is, bindt de forumkeuze — in tegenstelling tot de rest van de overeenkomst — de consument niet indien de overeenkomst zonder deze bepaling kan blijven bestaan (art. 6 lid 1 Richtlijn 93/13/EEG). Bij een forumkeuze zal dat in beginsel het geval zijn, omdat een forumkeuze gemakkelijk is te scheiden van de hoofdovereenkomst (vgl. HvJ 3 juli 1997, zaak C 269/95, Benincese/Detalhit, Jur. 1997, p. 1-3767, NJ 1999, 681 en art. 8 lid 5 Rv).8 Bovendien behoort een forumkeuze bijna nooit tot de essentialia van een commerciële consumentenovereenkomst. Uit art. 6 Richtlijn 93/13/EEG lijkt te volgen dat de forumkeuze materieel niet geldig is, indien de forumkeuze oneerlijk is.
Hoewel het Hof van Justitie in zijn arrest oordeelt over een forumkeuze die het gerecht van de woonplaats van de verkoper aanwijst, lijkt ook het Hof van Justitie iedere forumkeuze die afwijkt van de bevoegdheidsregeling in art. 16 EEX-V°/14 Verdrag oneerlijk te achten, omdat een afwijking van dit art. het voor een consument steeds lastiger maakt om te procederen tegen de verkoper. De moeite die hij moet nemen om te procederen in den vreemde dan wel zijn verdediging tegen een vordering van de verkoper zal immers bij andere gerechten dan die genoemd in Afdeling 4 meer belastend zijn. Derhalve is ook de aanwijzing van een gerecht van een derde staat of een ander gerecht in de staat van de woonplaats van de consument oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EEG.
Tot slot is nog van belang dat de gerechten van de EG-lidstaten9 een forumkeuze ambtshalve aan deze Richtlijn moeten toetsen.10 Deze toetsing van een forumkeuze is logisch gelet op het openbare en dwingende karakter van de bepalingen van Richtlijn 93/13/EEG. Ambtshalve toetsing is voorts noodzakelijk om te waarborgen dat een consument ook wordt beschermd, indien hij zijn rechten op grond van Richtlijn 93/13/EEG niet kent of moeilijkheden heeft deze uit te oefenen.11
Gelet op de verschillen tussen de bepalingen in Afdeling 4 en Richtlijn 93/13/EEG is het de vraag wat de onderlinge verhouding is tussen beide regelingen voorzover die beide betrekking hebben op een forumkeuze. Welke regel prevaleert, indien de forumkeuze voldoet aan de voorwaarden van art. 17 EEX-V°/15 Verdrag maar oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG? Naar mijn mening dienen voor het antwoord op deze vraag rechtsgeldigheid en toelaatbaarheid van een forumkeuze te worden onderscheiden. Art. 3 jo bijlage I sub q Richtlijn 93/13/EG heeft betrekking op de rechtsgeldigheid van een forumkeuze. Zodra deze bepaling - geimplementeerd in de lex causae of wordt toegepast door de rechter op grond van de verplichting tot richtlijnconforme interpretatie12 van toepassing is, moet de rechter de rechtsgeldigheid aan deze bepaling toetsen en zonodig de forumkeuze - zonodig ambtshalve13 niet rechtsgeldig achten. Daarnaast zal de aangezochte rechter de toelaatbaarheid van de forumkeuze onderzoeken op basis van de lex fori (inclusief - indien van toepassing - Afdeling 4 EEX-V°Nerdrag). Art. 3 jo bijlage I sub q Richtlijn 93/13/EG beschermt alleen tegen een forumkeuze in een koopovereenkomst14 waarover niet is onderhandeld en heeft daardoor een klein toepassingsbereik. Een conflict tussen beide bepalingen is met name denkbaar bij een forumkeuze ten behoeve van een gerecht van een niet EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat (indien men meent dat art. 17 EEX-V°/15 Verdrag hierop betrekking heeft). Ook is denkbaar dat een voor de consument bindende forumkeuze ex art. 17 sub 1 of 3 EEX-V°/15 sub 1 of 3 Verdrag oneerlijk is, omdat art. 3 lid 3 Richtlijn 93/13/EEG deze forumkeuze niet uitzondert. De Europese wetgever had hier beter art. 3 Richtlijn 93/13/EEG of de bijlage kunnen afstemmen op art. 17 EEX-V°/15 EEX door forumkeuze in een koopovereenkomst met een consument niet oneerlijk te laten zijn onder de voorwaarden in het laatstgenoemde artikel. De Europese wetgever heeft een mooie gelegenheid daartoe bij het aannemen van de EEX-V° helaas voorbij laten gaan. Het argument hiertegen zou kunnen zijn dat daarmee rechtsgeldigheid en toelaatbaarheid van een forumkeuze ten onrechte door elkaar worden gehaald.