Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/9.5.1
9.5.1 Inleiding
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS501302:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Commssion Staff Working Document, Impact assessment on the Directive on the cross-border transfer of registered office, Brussel 12 december 2007, SEC(2007)1707, deel I en II. Dat van een veertiende richtlijn wordt afgezien kwam niet geheel uit de lucht vallen: EU- commissaris McGreevy had dit al laten doorschemeren tijdens de 5th European Company and Corporate Governance Conference op 28 juni 2007 te Berlijn, aldus E.P.M. Vermeulen, ‘De ‘grensoverschrijdende’ rol van Europese rechtspersonen’, WPNR 2007/6721, p. 723-731, die verwijst naar de via www.bdi.eu/ company-law-conference2007 opvraagbare sheets van de presentatie van McGreevy.
Europese Commissie, Modernising Company Law and Enhancing Corporate Governance in the European Union – A Plan to Move Forward, 12 mei 2003, COM(2003)284. Het plan van de Europese Commissie is een reactie op het rapport van 4 november 2002 van de High Level Group of Company Experts onder leiding van Jaap Winter (zie http://ec.europa.eu/internal_market/company/docs/modern/report_en.pdf). Het rapport gaat in op zetelverplaatsing in hoofdstuk VI, p. 102-106 (Changes of corporate seat or domicile).
Zie recent nog de Resolutie van het Europese parlement van 25 oktober 2007 betreffende de Europese BV en de Veertiende richtlijn vennootschapsrecht inzake verplaatsing van de maatschappelijke zetel, P6_TA(2007)0491, punten 5 en 6.
Aldus H. de Wulf, Grensoverschrijdende fusies na Sevic en de Tiende Richtlijn, Financiel Law Institute, WP 2006/08, p. 80-96, downloadbaar via www.ipr.be. De Conceptrichtlijn is nimmer officieel gepubliceerd, maar een Duitse versie is opgenomen in Zeitschrift für Unternehmens- und Gesellschaftsrecht 1999, p. 157-164 en een Engelse versie is opgenomen in S. Rammeloo, Corporations in private international law, Oxford: University Press 2001, p. 297-300. Ik wijs erop dat de tekstversies op een enkel punt opmerkelijk verschillen (zie par. 9.4.3 hierna).
Toelichting Conceptrichtlijn 1997, onderdeel B. Met de bedoelde onderhandeling is overigens nimmer een aanvang gemaakt.
Nederland heeft die datum niet gehaald: de voorgestelde implementatiewet ligt bij de Eerste Kamer (zie Kamerstukken I 2007/08, 30 929, D, p. 1-7.
In het op 12 december 2007 gepubliceerde rapport Impact assessment on the Directive on the cross-border transfer of registered office (hierna: effectbeoordeling 2007) heeft de Commissie van de EG bekendgemaakt voorlopig, en ik elk geval tot en met 2012, af te zien van het doen van een voorstel voor een Veertiende vennootschapsrechtrichtlijn betreffende zetelverplaatsing.1 Daarmee komt de Commissie terug op haar in 2003 in het kader van het rapport Modernising Company Law and Enhancing Corporate Governance in the European Union – A Plan to Move Forward geuite voornemen ‘op korte termijn een nieuw voorstel te presenteren voor een Veertiende vennootschapsrechtelijke richtlijn betreffende de verplaatsing van de zetel van de ene naar de andere lidstaat.’2 Dit de resoluties van het Europese parlement om tot actie over te gaan ten spijt.3 Want voorlopig is het doek gevallen voor de richtlijn waarvan de Commissie reeds op april 1997 een voorontwerp lanceerde (hierna: de conceptrichtlijn 1997) en dat sindsdien een ‘spookbestaan’ leidde.4 De Conceptrichtlijn 1997 baseerde de Commissie op art. 44 lid 2 onderdeel g EG op grond waarvan het gemeenschapsrecht de waarborgen voor de bescherming van deelnemers in een rechtspersoon en van derden gelijkwaardig dient te maken. Het feit dat de lidstaten volgens art. 293 EG met elkaar in onderhandeling kunnen treden om het behoud van rechtspersoonlijkheid zeker te stellen bij verplaatsing van de zetel van het ene land naar het andere, stond daaraan volgens de Commissie niet aan de weg.5
Het feit dat de veertiende richtlijn de embryonale fase niet heeft overleefd, is vooral toe te schrijven aan de ontwikkeling in de jurisprudentie van het HvJ EG over de vrijheid van vestiging van rechtspersonen. Als gevolg van deze ontwikkelingen sneed de Commissie in 2004 reeds fors in het beoogde toepassingsbereik van de richtlijn. In een toelichting op een openbare consultatie liet de Commissie weten nog slechts van plan te zijn statutaire zetelverplaatsingen in de richtlijn te willen regelen en niet langer ook de werkelijke zetelverplaatsingen. Zoals gezegd, heeft de Commissie uiteindelijk in 2007 ook afgezien van een regeling omtrent statutaire zetel-verplaatsing. De Commissie vindt het niet langer opportuun om daarvoor een richtlijn in het leven te roepen omdat mogelijk de thans aanhangige Cartesio-zaak, zaak C-210/06 daarop een nieuw licht werpt en bovendien een met een statutaire zetel-verplaatsing vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt door middel van een downstream moeder-dochterfusie op grond van de Tiende vennootschapsrechtrichtlijn betreffende grensoverschrijdende juridische fusie. Van die richtlijn verliep op 15 december 2007 de implementatietermijn.6 Hoewel Cartesio vooral gaat over de verplaatsing van de werkelijke zetel, vermoed ik dat de Commissie het juist heeft gezien dat deze zaak wellicht een licht doet schijnen over de Europeesrechtelijke houdbaarheid van een verbod op een statutaire zetelverplaatsing. Zoals gezegd, stelt de advocaat-generaal in zijn conclusie van 22 mei 2008 voor om ná de verplaatsing van de werkelijke zetel (gedeeltelijk) Italiaans vennootschapsrecht toe te passen op Cartesio (zie par. 9.4.2 hiervóór). Het stoplicht voor de Veertiende richtlijn staat in elk geval, ongeacht de uitkomst van de Cartesio-zaak, tot en met 2012 op rood omdat in dat jaar de Tiende richtlijn betreffende grensoverschrijdende juridische fusie wordt geevalueerd, welke evaluatie de Commissie wil afwachten.
In de onderstaande onderdelen bespreek ik achtereenvolgens de Conceptrichtlijn 1997, de in 2004 gehouden openbare consultatie inclusief de toelichting en de effectbeoordeling 2007.