Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/3.3.2.1:3.3.2.1 Harmonisatie door de invoering van de AWR
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/3.3.2.1
3.3.2.1 Harmonisatie door de invoering van de AWR
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940408:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 2 juli 1959, Stb. 1959, 301.
Feteris 2007, par. I.4.3, De Blieck e.a. 1995, par. 1.1 en 1.2.
Zie over de totstandkomingsgeschiedenis van de AWR en de reikwijdte van de codificatie: Scheltens (losbl.), par. 1 t/m par. 7 en par. 57, De Blieck e.a. 1995, hoofdstuk 1, Haas 2009, paragraaf 1.1 en 1.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1959 werd de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) aangenomen.1 Deze wet bevat algemene regels van formeel belastingrecht, geldend bij de toepassing van diverse materiële heffingswetten. Dat klinkt met de blik van nu vanzelfsprekend, maar vóór de invoering van de AWR kende elke regeling van materieel belastingrecht zijn eigen voorschriften op het terrein van het formele belastingrecht.2 De AWR maakte een einde aan deze versnippering en voegde de verschillende regelingen samen op één plaats in de wet, waarbij uiteraard de regelingen gestroomlijnd werden en een uniform karakter kregen.3