Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht
Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/4.4.3:4.4.3 Waarom wordt de (definitieve) beoordeling van het enquêteverzoek uitgesteld?
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/4.4.3
4.4.3 Waarom wordt de (definitieve) beoordeling van het enquêteverzoek uitgesteld?
Documentgegevens:
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS460792:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 27 september 2000,JOR 2000, 217, r.o. 4.2 (Gucci Group, m.nt. Brink).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
109. Nadat het verzoek tot het instellen van een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen ter griffie is ingekomen, bepaalt de Ondernemingskamer onverwijld dag en uur waarop de (mondelinge) behandeling aanvangt (art. 279 lid 1 Rv). De beslissing om het partijdebat ter terechtzitting over en de definitieve beoordeling van het enquêteverzoek naar de toekomst te verschuiven, wordt eveneens op dit moment genomen. De vraag resteert wáárdoor deze keuze is ingegeven. Het antwoord op deze vraag is relevant vanwege de beslissing van de Hoge Raad in de beschikking inzake Gucci Group dat het onderzoek de kern vormt van de enquêteprocedure en dat indien er géén aanleiding bestaat voor het instellen van een onderzoek maar behoefte bestaat aan voorzieningen, de gewone procedure bij de burgerlijke rechter, met alle daaraan verbonden waarborgen, openstaat.1 Uit deze overweging kan worden afgeleid, zo heb ik geconcludeerd in paragraaf 3.2.4, dat een enquêteverzoek alleen voor toewijzing in aanmerking komt indien er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen (vergelijk art. 2: 350 lid 1 BW) én er ook daadwerkelijk een onderzoek nodig is om alle feiten boven tafel te halen. Is er geen aanleiding voor het instellen van een onderzoek omdat de feiten (voldoende) duidelijk zijn of hebben aandeelhouders geen behoefte aan een onderzoek maar wensen zij slechts (onmiddellijke) voor-zieningen, dan dient de Ondernemingskamer het enquêteverzoek af te wijzen. De consequentie hiervan is dat zij het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen niet in behandeling mag nemen. Ik heb hier naar aanleiding van de beschikkingen van de Ondernemingskamer inzake DSM en Corus Nederland aan toegevoegd dat een afwijzing van het enquêteverzoek nog niet aan de orde is indien de Ondernemingskamer alleen het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen in behandeling heeft genomen en het partijdebat over en de definitieve beoordeling van het enquêteverzoek heeft uitgesteld. De beschikking betreffende Gucci Group voert voor dit geval tot de conclusie dat als de Ondernemingskamer naar aanleiding van het debat aangaande het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen (voorshands) van oordeel is dat er niet voldoende aanleiding bestaat voor het instellen van een onderzoek respectievelijk dat partijen aan een onderzoek geen behoefte hebben, zij het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen dient af te wijzen (vergelijk paragraaf 3.2.4).
4.4.3.1 Verklaringen?4.4.3.2 Strijd met de beschikking inzake Gucci Group?