Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/2.2.1
2.2.1 Het afgeleide karakter van het eigen vermogen
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405746:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Te weten: (het gestorte en opgevraagde deel van) het geplaatst kapitaal, het agio, de herwaarderingsreserve, andere wettelijke reserves, statutaire reserves, overige reserves en niet verdeelde winsten.
Schimmelpenninck 2003, p. 239.
De notie dat het eigen vermogen een restpost is, komt ook tot uitdrukking in de omschrijving van ‘equity’ in de International Financial Reporting Standards (IFRS): “the residual interests in the assets of the entity after deducting all its liabilities” (zie IAS 32).
Beckman & Krens 2010, nr. 4.4.1.
Beckman meent dan ook dat de uitdrukking ‘negatief eigen vermogen’ vreemd is: “het gaat natuurlijk om een tekort aan eigen vermogen” (Beckman 2012, p. 633).
Beckman & Krens 2010, nr. 4.4.1.
Ook de houder van een (cumulatief) preferent aandeel heeft geen garantie dat aan hem daadwerkelijk dividend zal worden uitgekeerd. Het preferente karakter van het aandeel is gelegen in het feit dat indien er ruimte voor uitkering is, de preferente aandeelhouder voorgaat op de houders van reguliere aandelen (aldus ook Ferran 2008, p. 58).
Art. 2:105/216 BW. Dat neemt niet weg dat aandeelhouders – indien die mogelijkheid bestaat – hun rendement te gelde kunnen maken door verkoop van hun aandelen; Easterbrook en Fischel spreken van “a form of homemade dividends” (Easterbrook & Fischel 1991, p. 230).
Boek 2 BW geeft geen definitie van het begrip eigen vermogen, wel biedt art. 2:373 BW een opsomming van de bestanddelen waaruit dit is opgebouwd.1 Het nominale kapitaal en de gereserveerde winsten vormen de twee belangrijkste onderdelen van het eigen vermogen. De inbreng van de aandeelhouder vormt de eerste aanzet tot het eigen vermogen; door de storting van kapitaal (en eventueel agio) blaast hij de vennootschap leven in.2 Hoe het eigen vermogen zich na de oprichting ontwikkelt, is primair afhankelijk van het succes van de door de vennootschap ontplooide activiteiten. Daarnaast kunnen de aandeelhouders ook ná de oprichting invloed uitoefenen op de omvang van het eigen vermogen: door storting van kapitaal en agio in het kader van een emissie van aandelen wordt het eigen vermogen verhoogd en door uitkeringen aan aandeelhouders wordt dat juist verminderd.
Het eigen vermogen vormt de restpost op de passiefzijde van de balans van de vennootschap: het bestaat uit het rekenkundige verschil tussen het balanstotaal en het vreemd vermogen.3 Het eigen vermogen is daarom direct afhankelijk van de waarde die wordt toegekend aan de activa. In die zin heeft het een afgeleid karakter. Bij een gelijkblijvende schuldenlast, heeft een fluctuatie in de waarde van het actief direct invloed op de omvang van het eigen vermogen. Het eigen vermogen is daarnaast afhankelijk van de kwalificering en waardering van de schulden en van (de omvang van) de getroffen voorzieningen.4 Het eigen vermogen betreft kortom een grootheid die continue aan verandering onderhevig is. Uit het karakter van restpost volgt dat het eigen vermogen negatief kan zijn, bijvoorbeeld doordat de activa zodanig in waarde zijn gedaald dat de totale waarde van het actief kleiner is dan de schulden. Met de term ‘negatief eigen vermogen’ wordt dus tot uitdrukking gebracht dat sprake is van een tekort aan eigen vermogen.5
Op de vennootschap rust geen verplichting om het eigen vermogen op een zeker moment af te lossen. Het is de onderneming voor onbepaalde tijd ter beschikking gesteld en ontbeert daarom het karakter van schuld.6 Hieruit volgt dat de vennootschap over haar eigen vermogen geen gefixeerde vergoeding verschuldigd kan zijn jegens de aandeelhouders. De vergoeding aan de verstrekker van het eigen vermogen is afhankelijk van het succes van de onderneming, zodat de kapitaalverstrekker geen garantie heeft dat hij daadwerkelijk dividend op zijn aandelen zal ontvangen.7 Slechts voor zover haar vermogenspositie dit toestaat, kan de vennootschap overgaan tot een uitkering aan haar aandeelhouders.8