Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/3.1
3.1 Inleiding
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291079:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit begrip wordt ook door het Hof van Justitie gebruikt (zie bijv. HvJ EG 14 december 2000, zaak C-446/98, V-N 2001/3.20, r.o. 26 (Porto)).
Art. 2 lid 1, onderdelen a en c Btw-richtlijn.
Aan de bouwsteen ‘op ongeacht welke plaats’, op grond waarvan het voor de belastingplicht niet uitmaakt waar degene die de economische activiteit verricht woont of is gevestigd, wordt in dit hoofdstuk geen afzonderlijke aandacht besteed.
Op grond van art. 11 Btw-richtlijn heeft een lidstaat de mogelijkheid om, na raadpleging van het Btw-comité, personen die binnen het grondgebied van deze lidstaat gevestigd zijn en die juridisch gezien zelfstandig zijn, maar financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn tezamen als één belastingplichtige aan te merken, de zogenoemde ‘fiscale eenheid’. Deze optionele uitzondering op de zelfstandigheid van personen die juridisch gezien zelfstandig zijn, laat ik in dit hoofdstuk onbesproken. Naar mijn mening is een behandeling van dit onderwerp niet relevant voor de beantwoording van de onderzoeksvraag.
De belastingplicht1 in de Europese btw kan vergeleken worden met een stadspoort van weleer. Een dergelijke poort had twee functies: insluiten en uitsluiten. In dit hoofdstuk staat de vraag centraal wie door de poort van de Europese btw worden in- en uitgesloten. Het belang van de belastingplicht is groot. Alleen een vastgoedtransactie die wordt verricht door een belastingplichtige kan belastbaar zijn.2 De toepassing van de vrijstellingen voor vastgoedtransacties en de uitzonderingen daarop3 komen daarom slechts in beeld indien degene die de vastgoedtransactie verricht een belastingplichtige is. Ook het recht op btw-aftrek (en de herziening daarvan) voor het verrichten of afnemen van een vastgoedtransactie is beperkt tot belastingplichtigen.4
Onderstaande figuur maakt duidelijk dat de toets of degene die de vastgoedtransactie verricht een belastingplichtige is, de eerste stap is in de beoordeling van de btw-consequenties van een vastgoedtransactie en dat de kern van deze stap wordt gevormd door de beoordeling of sprake is van een economische activiteit. De figuur maakt ook duidelijk dat de ‘pijler’ van de belastingplicht nauw verbonden is met de andere ‘pijlers’ van de Europese btw – de belastbaarheid, de vrijstellingen en de btw-aftrek – die in dit onderzoek aan bod komen.
De definitie van het begrip ‘belastingplichtige’ is te vinden in art. 9 Btw-richtlijn. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bouwstenen van de definitie van het begrip ‘belastingplichtige’ in art. 9 Btw-richtlijn.5 Zoals gezegd, wordt de kern van de definitie van dit begrip gevormd door het begrip ‘economische activiteit’. Alvorens in te gaan op de vraag wanneer een activiteit een ‘economische activiteit’ is (paragraaf 3.4), ga ik in op de vraag wie als de verrichter van de economische activiteit moet worden aangemerkt, de ‘eenieder’ (paragraaf 3.2), en wanneer diegene een economische activiteit zelfstandig verricht (paragraaf 3.3).6 In paragraaf 3.5 behandel ik de uitbreiding van het begrip ‘economische activiteit’ op grond van het door het Hof van Justitie geïntroduceerde ‘verlengstukcriterium’ en in paragraaf 3.6 ga ik op de facultatieve uitbreiding van het begrip ‘economische activiteit’ voor incidentele vastgoedactiviteiten op grond van art. 12 lid 1 Btw-richtlijn. In paragraaf 3.7 sluit ik dit hoofdstuk af met een conclusie.