Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.6.6:5.5.6.6 Gevolgen SKF-arrest voor standpunt Hoge Raad
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.6.6
5.5.6.6 Gevolgen SKF-arrest voor standpunt Hoge Raad
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS297041:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Hoge Raad zal in ieder geval terug moeten komen op zijn standpunt dat de verkoop en overdracht van aandelen geen economische activiteit is. Na het SKFarrest is het zonneklaar dat wanneer het houden van de aandelen een economische activiteit is, de verkoop en overdracht van aandelen dat ook is. Het houden van de aandelen is een economische activiteit:
wanneer een financiële deelneming in een andere onderneming gepaard gaat met een directe of indirecte inmenging in het beheer van de vennootschap waarin wordt deelgenomen, onverminderd de rechten die de houder van de deelneming als aandeelhouder of vennoot heeft, daar een dergelijke inmenging gepaard gaat met handelingen die op grond van art. 2 Zesde richtlijn aan btw zijn onderworpen, zoals het verrichten van administratieve, boekhoudkundige en informaticadiensten;
wanneer de handelingen inzake aandelen of deelnemingen in een vennootschap worden verricht in het kader van een bedrijfsmatig handelen in effecten;
wanneer zij het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk van de belastbare activiteit vormen.
Daarmee is nog niet gezegd dat het eindresultaat anders zal uitvallen dan in BNB 2003/197 en BNB 2004/363. In het SKF-arrest biedt het Hof van Justitie EU immers een brede opening om de met het oog op de aandelenoverdracht gedane uitgaven aan te merken als algemene kosten, ook in het geval van de overdracht van een minderheidsdeelneming. In onderdeel 4.4.13 heb ik al beschreven op welke vragen de Hoge Raad hierbij zal stuiten. Het ligt echter in de lijn van de verwachting dat de Hoge Raad zal aansturen op een uitkomst die gelijk is aan die in BNB 2003/197 en BNB 2004/363. Daarbij sluit ik niet uit dat de Hoge Raad de bij hem aanhangige zaak zal verwijzen naar een Gerechtshof om het feiten-onderzoek te heropenen. Onderzocht zal immers moeten worden of de gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de verkochte aandelen, dan wel of zij uitsluitend deel uitmaken van de bestanddelen van de prijs van handelingen die tot de economische activiteiten van de belastingplichtige behoren. Het zou dan wel helpen als de Hoge Raad zo duidelijk mogelijk aangeeft wie wat moet bewijzen. Gelet op de ongetwijfeld moeilijke bewijsvoering met betrekking tot de (kost)prijsstelling zal de bewijslastverdeling een belangrijk punt zijn.