Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.4.3.2.2
17.4.3.2.2 Toepassingsbereik bewijsuitsluitingsregel
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492301:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 17.4.2 hiervoor.
Hierbij teken ik aan dat van de wettelijke sancties (boetes, straffen) die zijn gesteld op de niet-nakoming van fiscale voorschriften rechtstreeks dwang op de verdachte uitgaat.
Zie de vorige noot.
Zie § 17.3.1.2.1 hiervoor.
Zie § 6.4.2 hiervoor.
Zie § 8.4.2.2 hiervoor.
Bij mijn weten heeft de belastingkamer ook los van 6 EVRM zich nog niet uitgelaten over de bruikbaarheid van bewijsvruchten in fiscale boetezaken.
Zie § 7.5 hiervoor.
Zie het slot van § 17.4.2 hiervoor.
Hiermee is de toelaatbaarheid van een vrijwillig of spontaan afgelegde verklaring voor het bewijs nog niet gegeven. Zie § 5.5.3.2 hiervoor.
Dit ongeacht of hij (tijdig) de cautie heeft gekregen.
Zie § 17.3.3 hiervoor.
De bewijsuitsluitingsregel voor verklaringen ex art. 47, lid 1, onder a AWR is ruimer dan waartoe het EVRM-zwijgrecht noopt. Deze regel strekt zich uit tot alle door de inspecteur van de (latere) verdachte gevorderde inlichtingen en verbiedt elk gebruik voor de (fiscale) boeteoplegging (absoluut bewijsverbod).1 De belastingkamer van de HR toetst niet (uitdrukkelijk) of de plicht tot het verstrekken van inlichtingen dwang tot zelfbelasting in een strafcontext impliceert.2 Zij toetst evenmin (uitdrukkelijk) aan de factoren voor schending (= dwang, procedurele waarborgen en bewijsgebruik).3 Voor bewijsuitsluiting lijkt bijvoorbeeld niet van belang of de verdachte toekomende, procedurele waarborgen, zoals rechts(kundige) bijstand ten tijde van de inlichtingenverstrekking, zijn gewaarborgd. Hetzelfde geldt voor de mogelijke rol die de door de verdachte afgelegde verklaringen, wanneer die niet zouden worden uitgesloten, in de bewijsvoering tegen hem spelen.
Een aandachtspunt is wel dat niet duidelijk is wat de belastingkamer van de HR nu precies onder verklaringen verstaat: alleen inlichtingen of ook gegevens.4 Hierbij teken ik aan dat evenmin duidelijk is wat het EHRM onder het begrip ‘verklaringen’ (‘statements’) verstaat.5
Afgedwongen verklaringen; startinformatie en bewijsvruchten
Of de belastingkamer ook het gebruik van verklaringen als startinformatie voor (verder) boeteonderzoek uitsluit, is niet duidelijk. Omdat het EHRM dergelijke informatie niet onder het toepassingsbereik van het recht tegen gedwongen zelfbelasting lijkt te brengen, laat ik dit verder onbesproken.6 Evenmin is duidelijk of de bewijsuitsluitingsregel zich uitstrekt tot de (bewijs)vruchten van verklaringen ex art. 47, lid 1, onder a AWR.7 Wanneer dit niet zo is, dan is dat niet zonder meer problematisch. Uitsluiting van bewijsvruchten is geen automatisme in Straatsburg, in die zin, dat het Hof de vruchtenproblematiek aan het geheel van de omstandigheden lijkt te toetsen.8 Dat de belastingkamer wilsonafhankelijk materiaal uitzondert van nemo tenetur-bescherming, betekent nog niet dat fysiek materiaal dat is verkregen op grond van ‘besmette’ verklaringen steeds bruikbaar is. De vruchtenproblematiek ziet immers op bewijsmateriaal dat naar aanleiding van een door de verdachte afgelegde verklaring, buiten hem om wordt verkregen.
Betrokkene zou toch wel hebben verklaard
Mocht de belastingkamer van de HR daadwerkelijk van opvatting zijn dat verklaringen niet voor het bewijs van de boeteoplegging hoeven worden uitgesloten als aannemelijk is dat de betrokkene die zonder meewerkplicht ook zou hebben afgelegd9, dan is deze opvatting niet zonder meer problematisch met het oog op het EVRM-zwijgrecht. Wanneer de verdachte vrijwillig en/of spontaan – dus zonder dwang – tegenover de inspecteur verklaart over zijn betrokkenheid bij een beboetbaar feit, dan wordt immers niet toegekomen aan de vraag naar de toepasselijkheid van het boeterechtelijk zwijgrecht, de cautieplicht en/of het recht tegen gedwongen zelfbelasting.10
Zuivere boetevragen vallen niet onder de bewijsuitsluitingsregel
Voor wat betreft het toepassingsbereik van de bewijsuitsluitingsregel is ten slotte van belang dat verklaringen die de verdachte tijdens verhoor aflegt in antwoord op zuivere boetevragen van de inspecteur, daar niet onder vallen.11 De regel ziet immers op verklaringen met (mede) een heffingsbelang. De eventuele uitsluiting van zuivere boetevragen voor het bewijs, zal moeten steunen op schending van het boeterechtelijk zwijgrecht en/of de cautieplicht dan wel (rechtstreeks) art. 6 EVRM.12