Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/2.3
2.3 De rechtsgrondslag van het totaalwinstbeginsel
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630474:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Hofstra en Van Raad, pagina 77. Volgens deze auteurs wil het belastingrecht een fiscaal antwoord zijn op de aanvaarde maatschappelijke rechtsorde. De plaats en de functie van de belastingheffing in het totale rechtsbestel vloeien huns inziens daaruit voort.
De Commissie totaalwinst is van mening dat weliswaar de doelstelling van het totaalwinstbegrip niet heel helder in de wetsgeschiedenis tot uitdrukking komt, maar dat de kern daarvan is dat het beoogt de ondernemingssfeer te onderscheiden van de niet-ondernemingssfeer en daarmee te bepalen wat wel en niet tot de winst uit een onderneming behoort. Daarbij spelen de maatschappelijke ontwikkelingen een belangrijke rol. Die doelstelling acht de Commissie redelijk evident. Hieruit blijkt echter niet nadrukkelijk wat de Commissie beschouwt als de rechtsgrondslag van belastingheffing over ondernemingswinsten.
Voordat kan worden gekeken naar de vraag hoe de heffing dient plaats te vinden, moet eerst de vraag worden beantwoord waarom belasting wordt geheven van ondernemingen. Of te wel, wat is de rechtsgrondslag van de belastingheffing over ondernemingswinsten in de inkomsten- en vennootschapsbelasting?12
2.3.1 Inkomstenbelasting2.3.2 Vennootschapsbelasting2.3.3 Het draagkrachtbeginsel in verhouding tot de totaalwinst