Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/75.2
75.2 De deeleconomie: definitie en modus operandi
prof. mr. dr. S.H. Ranchordás, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. dr. S.H. Ranchordás
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
K. Frenken, T. Meelen, M. Arets, P. van de Glind, ‘Wat is nu eigenlijk deeleconomie?’, Me Judice 27 maart 2015, www.mejudice.nl. Zie ook K. Frenken, Deeleconomie onder ééén noemer, www.uu.nl/sites/default/files/20160211-uu_oratie-frenken.pdf.
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, ‘Een Europese Agenda voor de deeleconomie’, COM (2016) 356.
In Nederland wordt de vergunningsplicht van Uber-chauffeurs benadrukt en gehandhaafd sinds 2014, zie de uitspraak van het CBb 8 december 2014, ECLI:NL:CBB:2014:450.
De deeleconomie wordt vaak geassocieerd met Airbnb, Uber, AirDnD en andere vergelijkbare platformen die de zogenaamde ‘peer-to-peer-diensten’ bemiddelen. Op Airbnb worden overnachtingen in huizen, gastkamers, boten en zelfs boomhutten van particulieren geadverteerd. Hobbykoks kunnen via de platformen AirDnD of Eatwith hun maaltijden aanbieden in hun ‘huiskamerrestaurants’. Op andere wellicht minder bekende platformen kunnen consumenten gereedschappen, auto’s en kleding ruilen en delen. Deze platformen bemiddelen de reservering en betaling van diensten en beheren de online beoordeling van transacties en gebruikers. De meeste platformen verrichten geen inspecties van de faciliteiten die op hun websites worden geadverteerd. Individuen die gebruik willen maken van deze diensten kunnen enkel vertrouwen op de beschrijving van de goederen of diensten, de geadverteerde foto’s en de recensies en ratings die door voormalige ‘klanten’ worden geschreven.
Koen Frenken definieert de deeleconomie als ‘het fenomeen dat consumenten elkaar gebruik laten maken van hun onbenutte goederen (idle capacity) tegen betaling’.1 Een veelvoorkomend voorbeeld is een gastkamer in een eengezinswoning die nauwelijks wordt gebruikt. Door het tijdelijk verhuren van de gastkamer op een digitaal platform zoals Airbnb of Wimdu kan de eigenaar van de woning haar hypotheek makkelijker terugbetalen en betaalbare accommodatie bieden aan een jonge toerist. Het is begrijpelijk waarom meerdere Nederlandse gemeenten beleid hebben ingevoerd dat de mogelijkheid biedt om een deel van een huis te verhuren aan toeristen voor een beperkt aantal dagen per jaar zolang er geen overlast wordt veroorzaakt en de verhuurders hun hoofdverblijf hebben op het adres van de verhuurde woning.
De Europese Commissie heeft in de Mededeling ‘Een Europese agenda voor de deeleconomie’ van juni 2016 een bredere definitie gegeven van de deeleconomie, waarin de nadruk wordt gelegd op de bedrijfsmodellen van de platformsamenleving: de deeleconomie verwijst naar ‘bedrijfsmodellen waarin activiteiten worden gefaciliteerd door deelplatforms die een open marktplaats tot stand brengen voor het tijdelijke gebruik van (vaak door particulieren aangeboden) goederen of diensten’.2 In deze mededeling benadrukte de Europese Commissie de economische voordelen van de deeleconomie en haar innovatieve karakter.
In deze bijdrage worden transacties gekwalificeerd als onderdeel van de digitale deeleconomie indien zij worden gekenmerkt door de volgende elementen: het deelinitiatief vindt plaats (i) tussen particulieren (P2P); (ii) met het oog op het tijdelijke gebruik van een onderbenut goed of het sporadische verlenen van een dienst; (iii) tegen betaling; (iv) en met de bemiddeling van een digitaal platform. Deze definitie van de deeleconomie sluit een aantal platformen met een commercieel karakter uit. Op Ebay worden goederen niet gedeeld maar verkocht. Op Booking.com vinden transacties plaats tussen professionals (hotels) en consumenten (‘business-to-consumer’) en niet tussen particulieren en ‘prosumenten’, met andere woorden, individuen die op een sporadische en informele basis diensten verlenen aan andere particulieren. Het bekendste voorbeeld dat ook door de bovengenoemde definitie buiten beschouwing wordt gelaten, is het controversiële platform Uber.3 Dit bedrijf doet meer dan enkel de bemiddeling van vraag en aanbod van diensten. Uber speelt een actieve en bepalende rol in de bemiddeling van transacties. Zoals het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft uitgelegd in december 2017, oefent Uber controle uit op verschillende relevante aspecten van een stedelijke vervoersdienst en is dit bedrijf daarom niet enkel een bemiddelaar maar een vervoersonderneming met een vergunningsplicht.
Hoewel Uber, Ebay, Booking.com en sociale media-platformen zoals Facebook geen onderdeel zijn van de deeleconomie, is het belangrijk om toe te lichten dat deze bedrijven (net als Airbnb) voorbeelden zijn van het fenomeen ‘platformeconomie’ en de platformsamenleving. In de huidige economie constateren we dat diensten grotendeels door digitale platformen met grote hoeveelheden informatie (lees: persoonsgegevens) worden verleend, niet alleen aan consumenten maar ook aan bestuursorganen. Smart cities, oftewel steden die slimme publieke diensten verlenen (bijvoorbeeld, Amsterdam en Eindhoven) zijn een goede illustratie van de breedte van de platformsamenleving. Slimme steden maken vaak gebruik van verschillende digitale platformen om betere en snelle diensten te leveren aan hun inwoners en bezoekers.
De deeleconomie is enkel een klein deel van de platformsamenleving waar een aantal grote en kleine spelers geld verdient met het adverteren van P2Pdiensten. Het succes van deze bedrijven is vaak uitgelegd aan de hand van het gemak waarmee individuen hun diensten kunnen adverteren en verkrijgen. Toch betekent dit vaak dat een groot aantal regels en belangen van derden niet gerespecteerd worden.