25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/75.5:75.5 Conclusie
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/75.5
75.5 Conclusie
Documentgegevens:
prof. mr. dr. S.H. Ranchordás, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. dr. S.H. Ranchordás
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Amsterdam 27 juni 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:4442.
ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:649.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De link tussen de deeleconomie en de Awb is op het eerste gezicht moeilijk te leggen. Deze link is niettemin goed zichtbaar in de jurisprudentie waar bestuursrechters wordt gevraagd om te oordelen over de onttrekkingen van woningen aan de woonruimtevoorraad of de hoogte van bestuurlijke boetes. Desalniettemin hebben de digitale deeleconomie en de platformsamenleving veelomvattende implicaties voor de interpretatie van de Awb en de ontwikkeling van het bestuursrecht.
Met de deeleconomie en de platformsamenleving worden traditionele begrippen van de Awb toegepast in een nieuwe context. Omdat platformen zich presenteren als bemiddelaars die op dit moment niet direct aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het adverteren van illegale hotels en die weinig informatie verstrekken over diegenen die het wel doen, moeten bestuursorganen steeds ingrijpender onderzoeksmethoden zoals ‘scraping’ gebruiken om bewijs te vergaren. Bestuursrechters worden geconfronteerd met vragen over de juridische grenzen van digitale onderzoeksmethoden, als ze bijvoorbeeld worden gevraagd of toezichthouders ‘scraping’ mogen toepassen op grond van hun algemene onderzoeksbevoegdheid op basis van artikel 3:2 en titel 2 van hoofdstuk 5 van de Awb.1 De bestuursrechter wijst ook bestuursorganen op het feit dat online informatie en met name online recensies ook kunnen worden gebruikt als aanvulling van traditionele bewijsmiddelen om bijvoorbeeld aan te tonen dat de verhuur van een woning op Airbnb niet incidenteel was.2
In de brede platformsamenleving wordt het Nederlandse bestuursrecht geconfronteerd met drie extra uitdagingen: ten eerste, de toenemende deprofessionalisering van diensten en de ontwikkeling van een economie waar allerlei diensten worden aangeboden aan het publiek zonder respect voor traditionele regels die het algemeen belang beogen te behartigen; ten tweede, de globalisering en de digitalisering van diensten in een informatiemaatschappij waar platformen toenemende macht (en afnemende verantwoordelijkheid) krijgen; en ter derde, het ontstaan van parallelle reguleringssystemen die zich niet houden aan het algemene of bijzondere bestuursrecht maar aan regels die door online gemeenschappen en peer-to-peer (‘P2P’) reputatiesystemen worden geïmplementeerd.
Het bestuursrecht wordt van verschillende kanten onder druk gezet om de regulering van bepaalde diensten los te laten in de naam van digitalisering, efficiëntie en innovatie. De problemen met de groei van Airbnb in grote steden laten zien dat dit geen goed idee is. De alternatieve regels en beoordelingssystemen van de platformsamenleving bieden op zichzelf een magere bescherming van het algemeen belang. De toekomst van het bestuursrecht blijft daarom spannend: in de komende 25 jaar moet de Awb open staan voor veranderingen en de uitdagingen van digitalisering. Als ik een educated guess mag maken, dan zou ik voorspellen dat de meerderheid van de juridische problemen van de deeleconomie binnenkort door de nationale (en wellicht de Europese) wetgever worden opgelost. De worsteling met het waarborgen van lokale publieke belangen in een snel veranderende informatiemaatschappij onder de invloed van digitale platformen, blijft wel bestaan.