Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen
Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/18.2:18.2 De doelstellingen van de publicatieverplichtingen zijn (ook) vanuit rechtseconomisch perspectief niet scherp te onderscheiden
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/18.2
18.2 De doelstellingen van de publicatieverplichtingen zijn (ook) vanuit rechtseconomisch perspectief niet scherp te onderscheiden
Documentgegevens:
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS581474:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een tweede opvallende conclusie is dat mijns inziens de precieze doelstelling van het opleggen van publicatieverplichtingen, ook vanuit (rechts)economisch perspectief, niet eenduidig blijkt te zijn. Gezien de vormgeving van de publicatieverplichtingen lijkt die doelstelling, zowel in de Verenigde Staten van Amerika als in de Europese Unie, in eerste instantie gericht te zijn geweest op het tegengaan van "agency-problemen" binnen beursvennootschappen. Hoewel dit gedurende lange tijd niet uitdrukkelijk is benoemd — pas in meer recent tot stand gebrachte wet- en regelgeving wordt uitdrukkelijk de relatie met de "corporate governance" van beursvennootschappen genoemd — kan dit worden afgeleid uit de (oorspronkelijke) gerichtheid van de publicatieverplichtingen om historische informatie te doen publiceren.
Deze gerichtheid op historische informatieverstrekking heeft geleid tot de (rechts)economische kritiek dat de vormgeving van de publicatieverplichtingen weinig bijdraagt aan meer adequaat werkende effectenmarkten — effectenmarkten waarop meer accurate prijsvorming plaatsvindt. Naar mijn mening wordt daarbij uit het oog verloren dat het vergroten van accuraatheid van prijsvorming oorspronkelijk ook niet tot de doelstellingen behoorde van het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen.
Inmiddels zijn de doelstellingen geëvolueerd tot het verbeteren van de adequate werking van de effectenmarkt en het tegengaan van "agency-problemen" binnen beursvennootschappen. Deze lopen echter in elkaar over en zijn ook — vanuit (rechts)economisch perspectief niet scherp te onderscheiden. Ook indien, zoals een aantal critici van het opleggen van publicatieverplichtingen betoogt, moet worden betwijfeld of het opleggen van die verplichtingen bijdraagt aan vergroting van de accuraatheid van prijsvorming op de effectenmarkten, is het opleggen van die verplichtingen noodzakelijk om informatieasymmetrie tussen (leidinggevenden van) beursvennootschappen en investeerders tegen te gaan. Het bestaan van die informatieasymmetrie vormt immers de bron voor "agency-problemen."