Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.6.2.2.1.2:7.6.2.2.1.2 Ook open(bare) parkeervakken?
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.6.2.2.1.2
7.6.2.2.1.2 Ook open(bare) parkeervakken?
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291573:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Conclusie A-G Kokott 14 oktober 2004, zaak C-428/02, ECLI:EU:C:2004:626, punten 48-50 (FML).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het oordeel van het Hof van Justitie dat de verhuur van open(bare) parkeervakken onder art. 135 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn valt, is in de richtlijnhistorie geen steun te vinden (zie paragraaf 7.6.2.1). Het vrijstellen van de verhuur van openbare parkeervakken strookt voorts met de ratio van art. 135 lid 1, onderdeel l Btw-richtlijn (zie paragraaf 7.3). De verhuur van een open(baar) parkeervak is in de regel immers geen actieve, maar een passieve verhuuractiviteit (lees: geen ‘echte’ ondernemersactiviteit). Dit in tegenstelling tot de verhuur van parkeerruimte in gesloten garages, zoals parkeergarages, die normaliter gepaard gaat met aanvullend dienstbetoon, zoals toezicht en bewaking, hetgeen btw-heffing rechtvaardigt.1 Hoewel het aanmerken van de verhuur van open(bare) parkeervakken als de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen in strijd is met de richtlijnhistorie en ‘schuurt’ met de ratio van de vrijstelling van art. 135 lid 1, onderdeel l Btw-richtlijn, acht ik de uitleg van het Hof wel wenselijk op grond van het beginsel van de fiscale neutraliteit. Door deze uitleg wordt namelijk voorkomen dat de verhuur van parkeerruimte in een gesloten garage van rechtswege belast is, terwijl de daarmee (daadwerkelijk of potentieel) concurrerende verhuur van open(bare) parkeervakken – mits sprake is van verhuur als belastingplichtige – vrijgesteld is.